Conclusie A-G Wortel 16 januari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ3289

Verdachte is bij verhoor RC (met tolk) op de hoogte gesteld van de tegen hem ingebrachte bezwaren, is heengezonden met dagvaarding in NL taal en heeft zich bij de pr en in appel door een gemachtigde raadsman laten vertegenwoordigen. Het hof schorste de vervolging om verdachte in een taal die hij machtig is van de inhoud van de dagvaarding op de hoogte te stellen. 1. Onbekendheid met beschuldiging kan nopen tot schorsing onderzoek ter terechtzitting, niet tot schorsing vervolging. 2. Verzuim schorsing onderzoek ter terechtzitting door pr noopt in dit verband niet tot verwijzing ex art. 432.2 Sv. Ad 1. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR NJ 2002, 317. Het hof, dat terecht de inleidende dagvaarding niet nietig heeft verklaard wegens het ontbreken van een vertaling daarvan, heeft ten onrechte geoordeeld dat de omstandigheid dat niet is gebleken dat verdachte de inhoud van de dagvaarding is medegedeeld of dat aan hem een vertaling daarvan is uitgereikt in een taal die hij machtig is, leidt tot schorsing van de vervolging. Uit HR NJ 2002, 317 volgt dat de HR is teruggekomen van HR NJ 1982, 155, waarop het hof zich beroept. Het hof had, indien het van oordeel zou zijn dat verdachte in de gegeven omstandigheden niet op de hoogte was van de beschuldiging, het onderzoek ter terechtzitting dienen te schorsen opdat hij alsnog daarvan op de hoogte kon worden gesteld. Ad 2. Indien de pr ten onrechte zou hebben nagelaten het onderzoek te schorsen om verdachte op de hoogte te stellen van de beschuldiging, zou dat het hof niet hebben genoopt tot verwijzing van de zaak ogv art. 423.2 Sv (HR NJ 2006, 275).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen