Art. 49 Verordening (EU) 2024/1358, Verbod om gegevens over te dragen aan derde landen, internationale organisaties of private instanties

Verordening (EU) 2024/1358

1. Persoonsgegevens die lidstaten of Europol van Eurodac op grond van deze verordening hebben verkregen, worden niet overgedragen of ter beschikking worden gesteld aan een derde land, een internationale organisatie of een particuliere entiteit, ongeacht of deze binnen of buiten de Unie is gevestigd. Dat verbod geldt ook indien die gegevens op nationaal niveau of tussen de lidstaten verder worden verwerkt in de zin van artikel 4, punt 2), van Verordening (EU) 2016/679 en artikel 3, punt 2), van Richtlijn (EU) 2016/680.

2. Persoonsgegevens die uit een lidstaat afkomstig zijn en tussen lidstaten zijn uitgewisseld naar aanleiding van een voor rechtshandhavingsdoeleinden verkregen treffer worden niet aan derde landen overgedragen indien er een reëel risico bestaat dat de betrokkene als gevolg van die overdracht aan folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen of andere schendingen van grondrechten kan worden onderworpen.

3. Persoonsgegevens die uit een lidstaat afkomstig zijn en tussen een lidstaat en Europol zijn uitgewisseld naar aanleiding van een voor rechtshandhavingsdoeleinden verkregen treffer worden niet aan derde landen overgedragen indien er een reëel risico bestaat dat de betrokkene als gevolg van een dergelijke overdracht aan folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen of andere schendingen van grondrechten kan worden onderworpen. Bovendien worden overdrachten alleen uitgevoerd wanneer zij noodzakelijk en evenredig zijn in gevallen die onder de bevoegdheid van Europol vallen, overeenkomstig hoofdstuk V van Verordening (EU) 2016/794 en met instemming van de lidstaat van herkomst.

4. Aan derde landen wordt geen informatie verstrekt over het feit dat een verzoek om internationale bescherming is ingediend of dat een persoon in een lidstaat aan een toelatingsprocedure is onderworpen, met betrekking tot personen als bedoeld in artikel 15, lid 1, artikel 18, leden 1 en 2, of artikel 20, lid 1.

5. De verbodsbepalingen in de leden 1 en 2 van dit artikel laten het recht van de lidstaten onverlet om, overeenkomstig hoofdstuk V van Verordening (EU) 2016/679 of de nationale voorschriften die op grond van hoofdstuk V van Richtlijn (EU) 2016/680 zijn vastgesteld, indien nodig, dergelijke gegevens over te dragen aan derde landen waarop Verordening (EU) 2024/1351 van toepassing is.