Art. 48 Verordening (EU) 2024/1358, Beveiliging van gegevens
1. De lidstaat van herkomst zorgt voor de beveiliging van gegevens vóór en tijdens de toezending ervan aan Eurodac.
2. Elke lidstaat stelt, met betrekking tot alle gegevens die door zijn bevoegde autoriteiten overeenkomstig deze verordening worden verwerkt, de nodige maatregelen vast, met inbegrip van een gegevensbeveiligingsplan, om:
a) de gegevens fysiek te beschermen, met inbegrip van het opstellen van noodplannen ter bescherming van vitale infrastructuur;
b) te voorkomen dat onbevoegden toegang hebben tot de gegevensverwerkingsapparatuur en de nationale installaties waarmee de lidstaat handelingen verricht in overeenstemming met het doel van Eurodac (controle op de toegang tot apparatuur en controle bij de toegang tot de installatie);
c) te voorkomen dat onbevoegden de gegevensdragers lezen, kopiëren, wijzigen of verwijderen (controle op de gegevensdragers);
d) te voorkomen dat gegevens onrechtmatig worden opgeslagen, en dat persoonsgegevens onrechtmatig worden ingezien, gewijzigd of verwijderd (controle op de opslag);
e) te verhinderen dat onbevoegden systemen voor geautomatiseerde gegevensverwerking gebruiken met behulp van gegevenscommunicatieapparatuur (gebruikerscontrole);
f) te voorkomen dat gegevens onrechtmatig in Eurodac worden verwerkt en dat in Eurodac verwerkte gegevens onrechtmatig worden gewijzigd of verwijderd (controle op het invoeren van gegevens);
g) te waarborgen dat degenen die bevoegd zijn om Eurodac te raadplegen, uitsluitend toegang hebben tot de gegevens waarop hun toegangsbevoegdheid betrekking heeft, en uitsluitend met persoonlijke en unieke gebruikersidentiteiten en geheime toegangsprocedures (controle op de toegang tot de gegevens);
h) te waarborgen dat alle autoriteiten met toegangsrecht tot Eurodac profielen opstellen waarin de taken en verantwoordelijkheden worden omschreven van de personen die bevoegd zijn om gegevens in te zien, in te voeren, bij te werken, te verwijderen en te doorzoeken, en deze profielen alsook alle andere relevante informatie die die autoriteiten met het oog op het uitoefenen van toezicht nodig zouden kunnen hebben, desgevraagd onverwijld ter beschikking te stellen aan de toezichthoudende autoriteiten als bedoeld in artikel 51 van Verordening (EU) 2016/679 en in artikel 41 van Richtlijn (EU) 2016/680 (personeelsprofielen);
i) te waarborgen dat kan worden nagegaan en vastgesteld aan welke instanties persoonsgegevens mogen worden doorgegeven door middel van gegevenscommunicatieapparatuur (controle op de doorgifte);
j) te waarborgen dat het mogelijk is om na te gaan en vast te stellen welke gegevens wanneer, door wie en met welk doel in Eurodac zijn verwerkt (controle op de opslag van gegevens);
k) te voorkomen, in het bijzonder door middel van passende versleutelingstechnieken, dat bij de doorgifte van persoonsgegevens van en aan Eurodac of gedurende het transport van gegevensdragers de gegevens onrechtmatig worden gelezen, gekopieerd, gewijzigd of verwijderd (controle op het transport);
l) ervoor te zorgen dat de geïnstalleerde systemen in geval van storing opnieuw ingezet kunnen worden (herstel);
m) ervoor te zorgen dat Eurodac zijn taken uitvoert, dat eventuele functionele storingen gesignaleerd worden (betrouwbaarheid) en dat opgeslagen persoonsgegevens niet door het verkeerd functioneren van het systeem beschadigd kunnen worden (integriteit), en
n) de doelmatigheid van de in dit lid bedoelde beveiligingsmaatregelen te controleren en met betrekking tot de interne controle de nodige organisatorische maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat deze verordening wordt nageleefd (interne controle) en dat iedere relevante gebeurtenis die zich bij de toepassing van de punten b) tot en met k) genoemde maatregelen voordoet en die op het zich voordoen van een veiligheidsincident zou kunnen wijzen, automatisch binnen 24 uur worden waargenomen.
3. De lidstaten en Europol stellen eu-LISA in kennis van beveiligingsincidenten in verband met Eurodac die in hun systemen zijn waargenomen, onverminderd de verplichting tot melding en kennisgeving van een inbreuk in verband met persoonsgegevens overeenkomstig de artikelen 33 en 34 van Verordening (EU) 2016/679, de artikelen 30 en 31 van Richtlijn (EU) 2016/680 en de artikelen 34 en 35 van Verordening (EU) 2016/794. eu-LISA stelt de lidstaten, Europol en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming onverwijld in kennis van beveiligingsincidenten in verband met Eurodac die in hun systemen zijn waargenomen, onverminderd de artikelen 34 en 35 van Verordening (EU) 2018/1725. De betrokken lidstaten, eu-LISA en Europol werken tijdens een veiligheidsincident samen.
4. eu-LISA neemt de nodige maatregelen ter verwezenlijking van de in lid 2 van dit artikel bedoelde doelstellingen ten aanzien van de werking van Eurodac, met inbegrip van de vaststelling van een gegevensbeveiligingsplan.
Vóór de start van het operationele gebruik van Eurodac wordt het beveiligingskader voor de zakelijke en technische omgeving van Eurodac geactualiseerd overeenkomstig artikel 33 van Verordening (EU) 2018/1725.
5. Het Asielagentschap van de Europese Unie neemt de nodige maatregelen ter uitvoering van artikel 18, lid 4, waaronder de vaststelling van een gegevensbeveiligingsplan als bedoeld in lid 2 van dit artikel.