Art. 47 Verordening (EU) 2024/1358, Bescherming van persoonsgegevens ten behoeve van rechtshandhaving
1. De in artikel 41, lid 1, van Richtlijn (EU) 2016/680 bedoelde toezichthoudende autoriteit of autoriteiten van elke lidstaat monitort de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens door de lidstaat in het kader van deze verordening ten behoeve van rechtshandhaving, met inbegrip van de toezending van gegevens van en naar Eurodac.
2. De verwerking van persoonsgegevens door Europol op grond van deze verordening wordt verricht in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/794 en staat onder toezicht van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.
3. De persoonsgegevens die krachtens deze verordening uit Eurodac ten behoeve van rechtshandhaving zijn verkregen, worden uitsluitend verwerkt met het oog op het voorkomen, opsporen of onderzoeken van het specifieke geval waarvoor een lidstaat of Europol om de gegevens heeft verzocht.
4. Onverminderd artikel 24 van Richtlijn (EU) 2016/680 registreren Eurodac, de aangewezen en de controlerende autoriteiten en Europol alle zoekopdrachten om de nationale toezichthoudende autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming in staat te stellen na te gaan of de gegevensverwerking gebeurt in overeenstemming met de voorschriften van de Unie inzake gegevensbescherming, met inbegrip van het doel over de nodige gegevens te beschikken om de in artikel 57, lid 8, van deze verordening bedoelde jaarverslagen te kunnen opstellen. Behalve voor die doeleinden worden de persoonsgegevens alsook de geregistreerde zoekopdrachten na één maand uit alle nationale en Europol-bestanden verwijderd indien de gegevens niet vereist zijn voor het specifieke lopende strafrechtelijke onderzoek in het kader waarvan die lidstaat of Europol om de gegevens heeft verzocht.