Art. 43 Verordening (EU) 2024/1358, Recht op inzage, rechtzetting, aanvulling en verwijdering van persoonsgegevens en op beperking van de verwerking daarvan
1. Voor de in artikel 1, lid 1, punten a), b), c) en j), van deze verordening vastgelegde doeleinden worden de rechten van betrokkenen op inzage, rechtzetting, aanvulling en verwijdering van persoonsgegevens, en op beperking van de verwerking daarvan, uitgeoefend overeenkomstig hoofdstuk III van Verordening (EU) 2016/679 en toegepast zoals bepaald in dit artikel.
2. Het recht van inzage van de betrokkene in elke lidstaat omvat het recht op mededeling van de hem of haar betreffende in Eurodac opgeslagen persoonsgegevens, met inbegrip van registraties waaruit blijkt dat de persoon een bedreiging voor de binnenlandse veiligheid zou kunnen vormen, en van de lidstaat die deze aan Eurodac heeft toegezonden onder de voorwaarden van Verordening (EU) 2016/679 en van het op grond daarvan vastgestelde nationale recht. Deze toegang tot persoonsgegevens kan slechts door een lidstaat worden verleend.
Wanneer de rechten inzake rechtzetting en verwijdering van persoonsgegevens worden uitgeoefend in een andere lidstaat dan de lidstaat of lidstaten die de gegevens heeft, respectievelijk hebben, toegezonden, nemen de autoriteiten van eerstgenoemde lidstaat contact op met de autoriteiten van de lidstaat of lidstaten die de gegevens heeft, respectievelijk hebben, toegezonden opdat deze kunnen controleren of de gegevens juist zijn en of de toezending ervan aan en de opslag ervan in Eurodac rechtmatig zijn.
3. Bij een registratie waaruit blijkt dat de persoon een bedreiging voor de binnenlandse veiligheid zou kunnen vormen, kunnen de lidstaten de in dit artikel bedoelde rechten van de betrokkene beperken overeenkomstig artikel 23 van Verordening (EU) 2016/679.
4. Indien blijkt dat de in Eurodac opgeslagen gegevens feitelijk onjuist zijn of daarin onrechtmatig zijn opgeslagen, worden zij door de lidstaat die deze gegevens heeft toegezonden, rechtgezet of verwijderd overeenkomstig artikel 40, lid 3. Die lidstaat bevestigt het betrokkene schriftelijk het nodige te hebben gedaan om de hem of haar betreffende persoonsgegevens recht te zetten, aan te vullen, te verwijderen, of de verwerking ervan te beperken.
5. Indien de lidstaat die de gegevens heeft toegezonden, niet aanvaardt dat de in Eurodac opgeslagen gegevens feitelijk onjuist zijn of daarin onrechtmatig zijn opgeslagen, legt hij het betrokkene schriftelijk uit waarom hij niet voornemens is de gegevens recht te zetten of te verwijderen.
De lidstaat verstrekt de betrokkene ook informatie over de stappen die kunnen worden ondernomen indien de betrokkene de gegeven uitleg niet aanvaardt. Dat houdt mede in dat de betrokkene moet worden medegedeeld hoe een rechtsvordering in te stellen of, in voorkomend geval, een klacht in te dienen bij de bevoegde autoriteiten of de rechter van deze lidstaat, alsmede welke financiële of andere bijstand de betrokkene overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van deze lidstaat kan worden verleend.
6. Elk verzoek om inzage, rechtzetting, aanvulling of verwijdering van persoonsgegevens, of om beperking van de verwerking daarvan, overeenkomstig de leden 1 en 2 van dit artikel omvat alle nodige bijzonderheden om de betrokkene te kunnen identificeren, met inbegrip van biometrische gegevens. Deze gegevens worden uitsluitend gebruikt voor de uitoefening van de in de leden 1 en 2 bedoelde rechten van de betrokkene en worden onmiddellijk nadien verwijderd.
7. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten werken er actief aan mee dat de rechten van de betrokkene op inzage, rechtzetting, aanvulling en verwijdering van persoonsgegevens, en op beperking van de verwerking daarvan, onverwijld kunnen worden uitgeoefend.
8. Wanneer een persoon om inzage van zijn of haar persoonsgegevens verzoekt, legt de bevoegde autoriteit dat vast in een schriftelijk document, met vermelding van het gevolg dat aan het verzoek is gegeven, en stelt zij dit document onverwijld ter beschikking van de nationale toezichthoudende autoriteiten.
9. De nationale toezichthoudende autoriteit van de lidstaat die de gegevens heeft toegezonden en de nationale toezichthoudende autoriteit van de lidstaat waarin de betrokkene verblijft, verstrekken de betrokkene desgevraagd informatie over de uitoefening van zijn of haar recht om de verwerkingsverantwoordelijke te verzoeken om inzage, rechtzetting, aanvulling en verwijdering van zijn of haar persoonsgegevens, of beperking van de verwerking daarvan. De toezichthoudende autoriteiten werken samen overeenkomstig hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2016/679.