Art. 24 Verordening (EU) 2024/1252, Risicoparaatheid van ondernemingen
1. Uiterlijk op 24 mei 2025 en binnen twaalf maanden na elke bijwerking van de lijst van strategische grondstoffen op grond van artikel 3, lid 3, brengen de lidstaten de grote ondernemingen in kaart die op hun grondgebied actief zijn en strategische grondstoffen gebruiken voor de productie van batterijen voor energieopslag en elektrische mobiliteit, uitrusting met betrekking tot de productie en het gebruik van waterstof, uitrusting met betrekking tot de opwekking van hernieuwbare energie, luchtvaartuigen, tractiemotoren, warmtepompen, uitrusting met betrekking tot de overdracht en opslag van gegevens, mobiele elektronische apparaten, uitrusting met betrekking tot additieve productie, uitrusting met betrekking tot robotica, drones, raketwerpers, satellieten of geavanceerde chips.
2. De in lid 1 bedoelde grote ondernemingen voeren ten minste om de drie jaar en voor zover de vereiste informatie voor hen beschikbaar is, een risicobeoordeling uit van hun toeleveringsketen van strategische grondstoffen, waarbij onder meer:
a) in kaart wordt gebracht waar de strategische grondstoffen die zij gebruiken worden gewonnen, verwerkt of gerecycled;
b) een analyse wordt gemaakt van de factoren die gevolgen kunnen hebben voor hun voorziening van strategische grondstoffen;
c) een beoordeling wordt gemaakt van hun kwetsbaarheid voor verstoringen van de voorziening.
3. Wanneer de in lid 2 van dit artikel bedoelde informatie niet op verzoek van de in lid 1 van dit artikel bedoelde grote ondernemingen door hun leveranciers ter beschikking wordt gesteld, kunnen die grote ondernemingen hun risicobeoordeling uitvoeren op basis van de informatie die de Commissie op grond van artikel 20, lid 4, heeft bekendgemaakt, of op basis van anderszins openbaar beschikbare informatie, voor zover mogelijk.
4. Indien als gevolg van de in lid 2 bedoelde risicobeoordeling aanzienlijke kwetsbaarheden voor verstoringen van de voorziening worden ontdekt, spannen de in lid 1 bedoelde grote ondernemingen zich in om die kwetsbaarheden te beperken, onder meer door de mogelijkheid te beoordelen om hun toeleveringsketens van grondstoffen te diversifiëren of de strategische grondstoffen te vervangen.
5. De in lid 1 bedoelde grote ondernemingen kunnen bij hun raad van bestuur een verslag indienen met de resultaten van de in lid 2 bedoelde risicobeoordeling, met inbegrip van de bron van de informatie waarop de beoordeling is gebaseerd, de ontdekte significante risico’s, alsmede de voorgenomen of uitgevoerde risicobeperkende maatregelen.
6. De lidstaten mogen eisen dat de in lid 1 bedoelde grote ondernemingen het in lid 5 bedoelde verslag en de verzoeken om de in lid 3 bedoelde informatie aan hun raad van bestuur voorleggen.