Art. 27 Verordening (EU) 2024/1252, Terugwinning van kritieke grondstoffen uit winningsafval
1. Exploitanten die overeenkomstig artikel 5 van Richtlijn 2006/21/EG afvalbeheerplannen moeten opstellen, voorzien de bevoegde autoriteit zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 27, van die richtlijn van een voorlopige economische evaluatiestudie met betrekking tot de mogelijke terugwinning van kritieke grondstoffen,
a) uit het in de inrichting opgeslagen winningsafval, en
b) uit het geproduceerde winningsafval of, indien dat doeltreffender wordt geacht, uit het gewonnen volume voordat het afval werd.
Exploitanten zijn vrijgesteld van de in de eerste alinea van dit lid vastgelegde verplichting indien zij aan de bevoegde autoriteit, zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 27, van Richtlijn 2006/21/EG, met een hoge mate van zekerheid kunnen aantonen dat het winningsafval geen kritieke grondstoffen bevat die technisch kunnen worden teruggewonnen.
2. De in lid 1 bedoelde studie bevat ten minste een raming van de hoeveelheden en concentraties kritieke grondstoffen in het winningsafval en het gewonnen volume, en een beoordeling van het potentieel voor technische en economische terugwinning ervan. Exploitanten specificeren de methoden die worden gebruikt om die hoeveelheden en concentraties te ramen.
3. Uiterlijk op 24 november 2026 dienen exploitanten van winningsafvalinstallaties de in lid 1 van dit artikel bedoelde studie in bij de bevoegde autoriteit als gedefinieerd in artikel 3, punt 27, van Richtlijn 2006/21/EG. Exploitanten van nieuwe winningsafvalinstallaties dienen die studie bij de bevoegde autoriteit, zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 27, van Richtlijn 2006/21/EG, in wanneer zij overeenkomstig artikel 7 van die Richtlijn hun afvalbeheerplannen indienen.
4. De lidstaten zetten een databank op van gesloten winningsafvalinstallaties op hun grondgebied, met inbegrip van verlaten winningsafvalinstallaties, met uitzondering van gesloten winningsafvalinstallaties waarvoor het, gelet op de specifieke kenmerken van de afvallocaties of de geologische omstandigheden, onwaarschijnlijk is dat er mogelijk technisch terugwinbare hoeveelheden kritieke grondstoffen zijn. Die databank bevat informatie over:
a) de locatie, het oppervlak en het afvalvolume, of in voorkomend geval, het geschatte volume, van de winningsafvalinstallatie;
b) de exploitant of voormalige exploitant van de winningsafvalinstallatie, en in voorkomend geval de rechtsopvolger daarvan;
c) de geraamde hoeveelheden en concentraties van alle grondstoffen in het winningsafval en in voorkomend geval in de oorspronkelijke minerale afzetting, overeenkomstig lid 7;
d) eventuele aanvullende informatie die de lidstaat relevant acht om de terugwinning van kritieke grondstoffen uit de winningsafvalinstallatie mogelijk te maken.
5. Uiterlijk op 24 november 2027 zorgen de lidstaten voor de vaststelling en uitvoering van maatregelen om de terugwinning van kritieke grondstoffen uit winningsafval te bevorderen, met name uit gesloten winningsafvalinstallaties waarvoor in de in artikel 4 genoemde databank is aangeduid dat die mogelijk kritieke grondstoffen bevatten die economisch kunnen worden teruggewonnen.
6. De in lid 4 bedoelde databank is uiterlijk op 24 november 2026 operationeel, en alle informatie wordt uiterlijk op 24 mei 2027 ingevoerd. De databank wordt op openbaar toegankelijke en digitale wijze beschikbaar gesteld en wordt ten minste om de drie jaar bijgewerkt met aanvullende informatie en recentelijk gesloten of in kaart gebrachte installaties.
7. Om de in lid 4, punt c), bedoelde informatie te verstrekken, voeren de lidstaten ten minste de volgende activiteiten uit:
a) de lidstaten voeren voor gesloten winningsafvalinstallaties uiterlijk op 24 november 2026 een grondige evaluatie uit van de beschikbare vergunningsdocumenten, of andere beschikbare documentatie wanneer er geen vergunningsdocumenten zijn;
b) voor winningsafvalinstallaties waar de beschikbare informatie erop kan wijzen dat er mogelijk economisch terugwinbare hoeveelheden kritieke grondstoffen aanwezig zijn, voeren de lidstaten daarnaast uiterlijk op 24 mei 2026 representatieve geochemische bemonstering uit;
c) voor winningsafvalinstallaties waarvan uit de in de punten a) en b) van dit lid beschreven activiteiten is gebleken dat er mogelijk economisch terugwinbare hoeveelheden kritieke grondstoffen aanwezig zijn, voeren de lidstaten daarnaast, indien dat overeenkomstig de toepasselijke milieuvereisten op het niveau van de Unie en in voorkomend geval overeenkomstig de vereisten van Richtlijn 2006/21/EG ecologisch verantwoord is, uiterlijk op 24 maart 2027 een gedetailleerdere bemonstering met daaropvolgende chemische en mineralogische karakterisering uit waarbij de boorkern in kaart wordt gebracht of vergelijkbare technieken worden toegepast.
8. De in lid 7 bedoelde activiteiten worden uitgevoerd binnen de grenzen van de nationale rechtstelsels met betrekking tot minerale bronnen, afval, eigendomsrechten, landeigendom, milieu- en gezondheidseffecten en andere relevante bepalingen. Indien dergelijke factoren de activiteiten belemmeren, vragen de autoriteiten van de lidstaten de exploitant of eigenaar van de winningsafvalinstallatie om medewerking. De resultaten van de in lid 7 bedoelde activiteiten worden in de in lid 4 bedoelde databank beschikbaar gesteld. Indien mogelijk nemen de lidstaten een classificatie van de gesloten winningsafvalinstallaties volgens de kaderclassificatie voor hulpbronnen van de Verenigde Naties in de databank op.