Art. 29 Verordening (EU) 2024/1252, Gehalte aan gerecycled materiaal in permanente magneten

Verordening (EU) 2024/1252

1. Uiterlijk op 24 mei 2027 of, indien dat later is, twee jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van de in lid 2 bedoelde gedelegeerde handeling, maakt een natuurlijke of rechtspersoon die in artikel 28, lid 1, bedoelde producten met een of meer permanente magneten als bedoeld in artikel 28, lid 1, punt b), i), ii) en iii), in de handel brengt waarbij het totale gewicht van al die permanente magneten meer dan 0,2 kg bedraagt, het aandeel neodymium, dysprosium, praseodymium, terbium, boor, samarium, nikkel en kobalt dat uit afval na consumptie is teruggewonnen in de in het product ingebouwde permanente magneten, openbaar op een vrij toegankelijke website.

2. De Commissie stelt uiterlijk op 24 mei 2026 overeenkomstig artikel 38 een gedelegeerde handeling vast tot aanvulling van deze verordening door regels te bepalen voor de berekening en verificatie van het aandeel neodymium, dysprosium, praseodymium, terbium, boor, samarium, nikkel en kobalt dat uit afval na consumptie wordt teruggewonnen in de permanente magneten die in de in lid 1 van dit artikel bedoelde producten zijn ingebouwd.

In de regels voor berekening en verificatie wordt aangegeven welke van de in bijlage II bij Besluit nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad (45) beschreven modules, indien nodig aangepast aan de desbetreffende producten, de toepasselijke conformiteitsbeoordelingsprocedure is. Bij het aanwijzen van de toepasselijke conformiteitsbeoordelingsprocedure houdt de Commissie rekening met:

a) de vraag of de betrokken module geschikt is voor het soort product en in verhouding staat tot het nagestreefde algemene belang;

b) de aard van de risico’s van het product en de mate waarin conformiteitsbeoordeling met het soort en de omvang van het risico overeenstemt;

c) indien betrokkenheid van een derde partij vereist is, de noodzaak van een keuzemogelijkheid voor de fabrikant tussen modules voor kwaliteitsborging en productcertificatie, zoals beschreven in bijlage II bij Besluit nr. 768/2008/EG.

3. Na de inwerkingtreding van de op grond van lid 2 vastgestelde gedelegeerde handeling en in ieder geval uiterlijk op 31 december 2031 stelt de Commissie gedelegeerde handelingen vast tot aanvulling van deze verordening waarin de minimale aandelen van uit afval na consumptie teruggewonnen neodymium, dysprosium, praseodymium, terbium, boor, samarium, nikkel en kobalt worden vastgesteld die de permanente magneet die in de in lid 1 bedoelde producten is ingebouwd, moet bevatten.

De in de eerste alinea bedoelde gedelegeerde handelingen kunnen verschillende minimale aandelen toepassen op verschillende producten en kunnen bepaalde producten uitsluiten. Zij voorzien in overgangsperioden die zijn afgestemd op de moeite die het kost om de onder de maatregel vallende producten zodanig aan te passen dat zij conform zijn.

Het in de eerste alinea bedoelde minimale aandeel wordt gebaseerd op een voorafgaande effectbeoordeling, waarin rekening wordt gehouden met:

a) de bestaande en voorspelde beschikbaarheid van uit afval na consumptie teruggewonnen neodymium, dysprosium, praseodymium, terbium, boor, samarium, nikkel en kobalt;

b) de overeenkomstig lid 1 verzamelde informatie en de relatieve verdeling van het gehalte aan gerecycled materiaal in permanente magneten die zijn ingebouwd in in lid 1 bedoelde producten die in de handel zijn gebracht;

c) de technische en wetenschappelijke vooruitgang, met inbegrip van aanzienlijke veranderingen in technologieën voor permanente magneten die van invloed zijn op het soort materiaal dat wordt teruggewonnen;

d) de daadwerkelijke en potentiële bijdrage van een minimumaandeel aan de klimaat- en milieudoelstellingen van de Unie;

e) mogelijke effecten op de werking van producten met permanente magneten;

f) de noodzaak om onevenredige negatieve gevolgen voor de betaalbaarheid van permanente magneten en producten met permanente magneten te voorkomen.

4. Indien in harmonisatiewetgeving van de Unie voor een van de in lid 1 vermelde producten vereisten met betrekking tot het gehalte aan gerecycled materiaal in permanente magneten worden vastgesteld, zijn die vereisten op de betrokken producten van toepassing in plaats van dit artikel.

5. Vanaf de datum waarop de verplichting van lid 1 van toepassing wordt, waarborgen natuurlijke en rechtspersonen die in lid 1 bedoelde producten in de handel brengen, wanneer zij die producten voor verkoop, waaronder verkoop op afstand, aanbieden of die producten in het kader van een commerciële activiteit tentoonstellen, dat hun klanten, voordat zij gebonden zijn door een koopovereenkomst, toegang hebben tot de in lid 1 bedoelde informatie.

Natuurlijke en rechtspersonen die in lid 1 bedoelde producten in de handel brengen, verstrekken of tonen geen etiketten, markeringen, symbolen of inscripties die klanten waarschijnlijk misleiden of verwarren wat betreft de in lid 1 bedoelde informatie. Producten die voornamelijk zijn ontworpen voor defensie- of ruimtevaarttoepassingen zijn van de in dit artikel vastgelegde vereisten vrijgesteld.

6. De in de leden 1 en 5 bepaalde vereisten zijn vanaf vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van de in lid 2 bedoelde gedelegeerde handeling van toepassing op apparaten voor beeldvorming door middel van magnetische resonantie (MRI-apparaten), motorvoertuigen, en lichte vervoermiddelen van categorie L waarvoor typegoedkeuring is verleend.

7. Dit artikel is niet van toepassing op:

a) voertuigen voor speciale doeleinden zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 31, van Verordening (EU) 2018/858;

b) andere delen van een voertuig waarvoor typegoedkeuring is verleend in het kader van meerfasentypegoedkeuring van categorie N1, N2, N3, M2 of M3 dan het basisvoertuig;

c) in kleine series geproduceerde voertuigen, zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 30, van Verordening (EU) 2018/858.

Vorige artikelen

Volgende artikelen