Art. 19 Verordening (EU) 2024/1252, Nationale exploratieprogramma’s

Verordening (EU) 2024/1252

1. Uiterlijk op 24 mei 2025 stelt elke lidstaat een nationaal programma op voor algemene exploratie, gericht op kritieke grondstoffen en mineralen die als dragers voor kritieke grondstoffen fungeren. Die nationale programma’s worden ten minste om de vijf jaar geëvalueerd en indien nodig bijgewerkt.

2. De in lid 1 bedoelde nationale programma’s omvatten maatregelen om de beschikbaarheid van informatie over de afzettingen van kritieke grondstoffen in de Unie te verbeteren. Die programma’s omvatten, naargelang het geval, de volgende maatregelen:

a) de inkaartbrenging van mineralen op een passende schaal;

b) geochemische campagnes, onder meer om de chemische samenstelling van bodems, sedimenten of gesteenten vast te stellen;

c) aardwetenschappelijke onderzoeken, waaronder geofysische onderzoeken;

d) de verwerking van gegevens die door middel van algemene exploratie zijn verzameld, onder meer door voorspellingskaarten te ontwikkelen;

e) de herverwerking van bestaande aardwetenschappelijke gegevens om deze te controleren op onontdekte minerale afzettingen die kritieke grondstoffen en mineralen die als dragers voor kritieke grondstoffen fungeren, bevatten.

3. Indien de geologische omstandigheden van een lidstaat zodanig zijn dat met een hoge mate van zekerheid geen afzettingen van kritieke grondstoffen of mineralen die als dragers daarvoor fungeren, zullen worden vastgesteld met behulp van de in lid 2 genoemde maatregelen, kan het in lid 1 bedoelde nationale programma bestaan uit wetenschappelijk bewijsmateriaal waaruit dit blijkt. Dit bewijsmateriaal wordt in het kader van de regelmatige evaluatie van het nationale programma bijgewerkt om rekening te houden met eventuele wijzigingen in de lijst van kritieke grondstoffen.

4. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van hun in lid 1 bedoelde nationale programma’s.

5. De lidstaten verstrekken in hun op grond van artikel 45 ingediende verslagen informatie over voortgang bij de uitvoering van de maatregelen die zijn opgenomen in hun in lid 1 van dit artikel bedoelde nationale programma’s.

6. De lidstaten maken kaarten die basisinformatie tonen over minerale afzettingen die kritieke grondstoffen bevatten, die is verkregen door middel van de in de in lid 1 bedoelde nationale programma’s opgenomen maatregelen, openbaar op een vrij toegankelijke website. Die informatie bevat, waar van toepassing, de classificatie van de geïdentificeerde afzettingen overeenkomstig de kaderclassificatie voor hulpbronnen van de Verenigde Naties. Meer gedetailleerde informatie, met inbegrip van verwerkte geofysische en geochemische gegevens met een passende resolutie en grootschalige geologische inkaartbrenging, wordt op verzoek beschikbaar gesteld.

De Commissie kan uitvoeringshandelingen aannemen tot vaststelling van een model voor de openbaarmaking van de in de eerste alinea van dit lid bedoelde informatie. In dat model kan worden aangegeven hoe de in de eerste alinea van dit lid bedoelde informatie moet worden uitgedrukt. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 39, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure vastgesteld.

7. Rekening houdend met de bestaande samenwerking met betrekking tot algemene exploratie, bespreekt de in artikel 36, lid 8, punt c), bedoelde permanente subgroep de in lid 1 van dit artikel bedoelde nationale programma’s en de uitvoering daarvan, ten minste wat betreft:

a) de mogelijkheid voor samenwerking, onder meer op het gebied van exploratie van minerale afzettingen over grenzen heen en gemeenschappelijke geologische formaties;

b) beste praktijken met betrekking tot de in lid 2 genoemde maatregelen;

c) de mogelijkheid om een geïntegreerde databank op te zetten om de resultaten van de in lid 1 bedoelde nationale programma’s op te slaan.

Vorige artikelen

Volgende artikelen