Art. 26 Verordening (EU) 2024/1252, Nationale maatregelen inzake circulariteit

Verordening (EU) 2024/1252

1. Uiterlijk twee jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van de in lid 7 bedoelde uitvoeringshandeling zorgt elke lidstaat voor de vaststelling en uitvoering van nationale programma’s met maatregelen, of de invoering van maatregelen in nationale programma’s, om:

a) de technologische vooruitgang en hulpbronnenefficiëntie te stimuleren om de verwachte toename van het verbruik van kritieke grondstoffen in de Unie te matigen;

b) afvalpreventie en hergebruik en reparatie van producten en onderdelen met relevant potentieel voor terugwinning van kritieke grondstoffen te bevorderen;

c) de inzameling, sortering en verwerking van afval, met inbegrip van metaalschroot, met een relevant potentieel voor terugwinning van kritieke grondstoffen uit te breiden en ervoor te zorgen dat deze in het juiste recyclingsysteem terechtkomen, teneinde de beschikbaarheid en kwaliteit van recyclebaar materiaal als input voor recyclinginstallaties voor kritieke grondstoffen te maximaliseren;

d) het gebruik van secundaire kritieke grondstoffen te vergroten, ook door maatregelen te nemen zoals het in gunningscriteria voor aanbestedingen rekening houden met het gehalte aan gerecycled materiaal, of geldelijke beloningen voor het gebruik van secundaire kritieke grondstoffen;

e) de technologische rijpheid van recyclingtechnologieën voor kritieke grondstoffen te vergroten en circulair ontwerp, grondstoffenefficiëntie en vervanging van kritieke grondstoffen in producten en toepassingen te bevorderen, ten minste door acties daartoe in het kader van nationale programma’s voor onderzoek en innovatie te ondersteunen;

f) ervoor te zorgen dat er maatregelen worden getroffen zodat zijn beroepsbevolking over de vaardigheden beschikt die nodig zijn om de circulariteit van de kritiekegrondstoffenwaardeketen te bevorderen, met inbegrip van maatregelen op het vlak van bij- en omscholing;

g) indien door de producent financiële bijdragen moeten worden betaald overeenkomstig zijn verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid uit hoofde van nationaal recht overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Richtlijn 2008/98/EG, bevorderen dat die financiële bijdragen zodanig worden vormgegeven dat gestimuleerd wordt dat producten meer secundaire kritieke grondstoffen bevatten die worden teruggewonnen uit afval dat is gerecycled overeenkomstig de relevante milieunormen van de Unie;

h) de nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat kritieke grondstoffen die worden uitgevoerd nadat zij niet langer als afval worden beschouwd, voldoen aan de relevante voorwaarden overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG en ander relevant Unierecht;

i) in voorkomend geval, het gebruik van kwaliteitsnormen van de Unie voor recyclingprocessen van afvalstromen die kritieke grondstoffen bevatten, te ondersteunen.

2. De in lid 1 van dit artikel bedoelde programma’s kunnen worden geïntegreerd in nieuwe of bestaande afvalbeheerplannen en afvalpreventieprogramma’s die zijn vastgesteld op grond van de artikelen 28 en 29 van Richtlijn 2008/98/EG.

De in de eerste alinea bedoelde nationale programma’s worden uiterlijk vijf jaar na de vaststelling ervan geëvalueerd en zo nodig bijgewerkt.

3. De in lid 1 bedoelde programma’s hebben met name betrekking op producten en afval waarvoor uit hoofde van het Unierecht geen specifieke verplichting voor inzameling, behandeling, recycling of hergebruik geldt. Voor andere producten en ander afval worden de maatregelen uitgevoerd overeenkomstig het geldende Unierecht.

Onverminderd de artikelen 107 en 108 VWEU kunnen de in lid 1, punten b), c) en d), bedoelde programma’s onder meer betrekking hebben op de invoering van financiële stimulansen, zoals kortingen, geldelijke beloningen of statiegeldregelingen, om de voorbereiding voor hergebruik en het hergebruik van producten met een relevant potentieel voor de terugwinning van kritieke grondstoffen en de inzameling en behandeling van afval van die producten aan te moedigen.

4. De in de leden 1 en 2 bedoelde nationale maatregelen moeten zo zijn opgesteld dat, in overeenstemming met het VWEU, belemmeringen van de handel en verstoringen van de mededinging worden voorkomen.

5. De lidstaten brengen afzonderlijk het aantal relevante hoeveelheden kritieke grondstoffen bevattende onderdelen in kaart die uit afgedankte elektrische en elektronische apparatuur zijn afgezonderd en de hoeveelheden kritieke grondstoffen die uit dergelijke apparatuur zijn teruggewonnen, en brengen daar verslag over uit.

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast waarin wordt vastgesteld in welke vorm en in welk detail die rapportage moet plaatsvinden. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 39, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Het eerste volledige kalenderjaar na de vaststelling van die uitvoeringshandelingen vormt de eerste rapportageperiode. De lidstaten dienen die gegevens in bij de rapportage aan de Commissie van de gegevens betreffende de hoeveelheden gerecyclede afgedankte elektrische en elektronische apparatuur overeenkomstig artikel 16, lid 6, van Richtlijn 2012/19/EU.

6. De lidstaten verstrekken in hun op grond van artikel 45 ingediende verslagen informatie over de vaststelling van de in lid 1 van dit artikel bedoelde nationale programma’s en over de voortgang van de doeltreffende uitvoering van de op grond van de leden 1 en 2 van dit artikel getroffen maatregelen.

7. Uiterlijk op 24 mei 2025 stelt de Commissie uitvoeringshandelingen vast tot nadere bepaling van een lijst van producten, onderdelen en afvalstromen die in ieder geval worden geacht een groot potentieel voor de terugwinning van relevante kritieke grondstoffen in de zin van lid 1, punten b) en c), te hebben.

Bij het opstellen van die lijst houdt de Commissie rekening met:

a) de totale hoeveelheid kritieke grondstoffen uit die producten, onderdelen en afvalstromen die kan worden teruggewonnen;

b) de mate waarin die producten, onderdelen en afvalstromen onder het Unierecht vallen;

c) lacunes in de regelgeving;

d) specifieke uitdagingen voor de inzameling en afvalbehandeling van producten, onderdelen en afvalstromen;

e) bestaande systemen voor inzameling en afvalbehandeling die op producten, onderdelen en afvalstromen van toepassing zijn.

De in de eerste alinea van dit lid bedoelde uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 39, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen