Art. 8 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61, Operationele voorschriften
Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61
1. Kredietinstellingen stellen beleidslijnen en grenzen vast om ervoor te zorgen dat de aangehouden liquide activa waaruit hun liquiditeitsbuffer bestaat, te allen tijde voldoende gediversifieerd blijven. Te dien einde houden kredietinstellingen rekening met de mate van diversificatie tussen de verschillende categorieën liquide activa en binnen dezelfde categorie liquide activa, als bedoeld in hoofdstuk 2 van deze titel, en met andere relevante diversificatiefactoren, zoals soorten uitgevende instellingen, tegenpartijen of de geografische locatie van deze uitgevende instellingen en tegenpartijen.
De bevoegde autoriteiten kunnen specifieke beperkingen of vereisten opleggen ten aanzien van de gehouden liquide activa van een kredietinstelling om ervoor te zorgen dat het vereiste van dit lid wordt nageleefd. Een dergelijke beperking of vereiste is echter niet van toepassing op:
a) de volgende categorieën van activa van niveau 1:
i) bankbiljetten en munten, als bedoeld in artikel 10, lid 1, onder a);
ii) blootstellingen met betrekking tot centrale banken, als bedoeld in artikel 10, lid 1, onder b) en d);
iii) activa die vorderingen vertegenwoordigen op of worden gegarandeerd door multilaterale ontwikkelingsbanken en internationale organisaties, als bedoeld in artikel 10, lid 1, onder g);
b) de categorieën activa van niveau 1 die vorderingen vertegenwoordigen op of worden gegarandeerd door centrale of regionale overheden, lokale autoriteiten of publiekrechtelijke lichamen, als bedoeld in artikel 10, lid 1, onder c) en d), mits de kredietinstelling het relevante actief aanhoudt ter dekking van netto liquiditeitsuitstromen onder stressomstandigheden in de valuta van de lidstaat of het derde land, of het actief is uitgegeven door de centrale of regionale overheden, lokale autoriteiten of publiekrechtelijke lichamen van de lidstaat waarin de kredietinstelling is gevestigd;
c) de gecommitteerde liquiditeitsfaciliteit voor beperkt gebruik, als bedoeld in artikel 12, lid 1, onder d).
2. Kredietinstellingen hebben direct toegang tot hun aangehouden liquide activa en kunnen deze op elk moment gedurende de stressperiode van dertig dagen te gelde maken door middel van rechtstreekse verkoop of een repo-overeenkomst op algemeen aanvaarde repomarkten. Een liquide actief wordt als direct toegankelijk voor een kredietinstelling beschouwd wanneer er geen juridische of praktische belemmeringen bestaan voor het tijdig te gelde maken van een dergelijk actief door de kredietinstelling.
Activa die worden gebruikt ter verbetering van het krediet bij gestructureerde transacties of ter dekking van de operationele kosten van de kredietinstellingen, worden niet als direct toegankelijk voor een kredietinstelling beschouwd.
Activa aangehouden in een derde land waar beperkingen gelden voor de vrije overdraagbaarheid, worden als direct toegankelijk beschouwd voor zover de kredietinstelling deze activa gebruikt om liquiditeitsuitstromen in dat derde land te compenseren. Activa die in een niet-convertibele valuta worden aangehouden, worden als direct toegankelijk beschouwd voor zover de kredietinstelling deze activa gebruikt om liquiditeitsuitstromen in deze valuta te compenseren.
3. Kredietinstellingen zorgen ervoor dat hun liquide activa onder toezicht staan van een specifieke liquiditeitsbeheersfunctie binnen de kredietinstelling. Naleving van dit voorschrift moet aan de bevoegde autoriteit worden aangetoond door:
a) de liquide activa onder te brengen in een afzonderlijke pool die rechtstreeks onder beheer staat van de liquiditeitsfunctie en met als enige doel deze te gebruiken als bron van voorwaardelijke financiering, met inbegrip van tijdens stressperioden; of
b) de invoering van interne systemen en controles om de liquiditeitsbeheersfunctie daadwerkelijke operationele zeggenschap te geven om de aangehouden liquide activa op elk moment gedurende de stressperiode van dertig kalenderdagen te gelde te maken en om zich toegang te verschaffen tot de voorwaardelijke financiering zonder dat dit direct afbreuk doet aan bestaande zakelijke of risicobeheersstrategieën. Een actief wordt met name niet in de liquiditeitsbuffer opgenomen wanneer de verkoop zonder vervanging in de stressperiode van dertig kalenderdagen een afdekking verwijdert hetgeen zou leiden tot een open risicopositie die hoger is dan de interne drempels van de kredietinstelling;
c) een combinatie van mogelijkheden a) en b), mits de bevoegde autoriteit een dergelijke combinatie heeft goedgekeurd.
4. Kredietinstellingen maken regelmatig en ten minste een keer per jaar een voldoende representatief deel van hun aangehouden liquide activa te gelde door middel van rechtstreekse verkoop of een eenvoudige repo-overeenkomst op een algemeen aanvaarde repomarkt. Kredietinstellingen ontwikkelen strategieën om groepen liquide activa af te stoten die geschikt zijn om:
a) de toegang tot de markt voor deze activa en hun bruikbaarheid te testen;
b) te controleren of de toegepaste procedures voor tijdige tegeldemaking van de activa doeltreffend zijn;
c) het risico te beperken dat een negatief signaal aan de markt wordt afgegeven als gevolg van de tegeldemaking van de activa door de kredietinstelling tijdens stressperioden.
Het vereiste van de eerste alinea is niet van toepassing op activa van niveau 1 als bedoeld in artikel 10, met uitzondering van gedekte obligaties van uiterst hoge kwaliteit, de gecommitteerde liquiditeitsfaciliteit voor beperkt gebruik als bedoeld in artikel 12, lid 1, onder d), en deposito's en andere liquiditeitsfinanciering in coöperatieve netwerken en institutionele protectiestelsels als bedoeld in artikel 16.
5. Het vereiste van lid 2 belet kredietinstellingen niet het marktrisico af te dekken dat verband houdt met hun liquide activa, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a) de kredietinstelling voert passende interne regelingen in overeenkomstig de leden 2 en 3 om ervoor te zorgen dat deze activa gemakkelijk beschikbaar en onder toezicht van de liquiditeitsbeheersfunctie blijven;
b) bij de waardering van het desbetreffende actief overeenkomstig artikel 9 wordt rekening gehouden met de netto liquiditeitsuitstromen en -instromen die tot vroegtijdige beëindiging van de afdekking zouden leiden.
6. Kredietinstellingen zorgen ervoor dat de valutasamenstelling van hun liquide activa in overeenstemming is met de verdeling van hun netto liquiditeitsuitstromen per valuta. Indien nodig kunnen bevoegde autoriteiten echter van kredietinstellingen verlangen dat valutamismatches worden beperkt door de vaststelling van grenzen voor het aandeel aan netto liquiditeitsuitstromen in een valuta dat gedurende een stressperiode kan worden gecompenseerd door het aanhouden van liquide activa in een andere valuta. Deze beperking kan alleen worden toegepast voor de rapportagevaluta of een valuta waarvoor een afzonderlijke rapportageverplichting kan gelden overeenkomstig artikel 415, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013. Bij het bepalen van het niveau van de eventuele beperking van valutamismatches die overeenkomstig dit lid kan worden toegepast, houden de bevoegde autoriteiten ten minste rekening met:
a) de mogelijkheid voor de kredietinstelling om een van de volgende handelingen te verrichten:
i) de liquide activa te gebruiken voor het genereren van liquiditeit in de valuta en het rechtsgebied waarin de liquiditeitsuitstromen zich voordoen;
ii) op valutamarkten valuta's om te wisselen en middelen te werven onder stressomstandigheden die overeenstemmen met de stressperiode van dertig kalenderdagen als bedoeld in artikel 4;
iii) een liquiditeitsoverschot over te dragen van de ene naar de andere valuta en tussen jurisdicties en juridische entiteiten binnen de groep onder stressomstandigheden die overeenstemmen met de stressperiode van dertig dagen als bedoeld in artikel 4;
b) de gevolgen van plotselinge, ongunstige koersontwikkelingen voor bestaande mismatches en voor de doeltreffendheid van bestaande instrumenten voor afdekking van het valutarisico.
Beperkingen van valutamismatches die overeenkomstig dit lid worden opgelegd, worden beschouwd als specifiek liquiditeitsvereiste als bedoeld in artikel 105 van Richtlijn 2013/36/EU.