Art. 4 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61, De liquiditeitsdekkingsratio
Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61
1. De gedetailleerde liquiditeitsdekkingsratio is overeenkomstig artikel 412, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 gelijk aan de verhouding tussen de liquiditeitsbuffer van een kredietinstelling en de netto liquiditeitsuitstromen van deze instelling gedurende een stressperiode van dertig kalenderdagen en wordt uitgedrukt in procenten. Kredietinstellingen berekenen hun liquiditeitsdekkingsratio overeenkomstig de volgende formule:
2. Kredietinstellingen handhaven een liquiditeitsdekkingsratio van ten minste 100 %.
3. In afwijking van lid 2 kunnen kredietinstellingen in stressperioden hun liquide activa te gelde maken om hun netto liquiditeitsuitstromen te dekken, ook wanneer een dergelijk gebruik van liquide activa ertoe kan leiden dat de liquiditeitsdekkingsratio in dergelijke perioden onder de 100 % komt te liggen.
4. Wanneer de liquiditeitsdekkingsratio van een kredietinstelling op enig moment onder 100 % is gedaald of redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze onder 100 % zal dalen, is het vereiste van artikel 414 van Verordening (EU) nr. 575/2013 van toepassing. Totdat de liquiditeitsdekkingsratio is hersteld tot het niveau als bedoeld in lid 2, rapporteert de kredietinstelling de liquiditeitsdekkingsratio aan de bevoegde autoriteit overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 van de Commissie (6).
5. Kredietinstellingen berekenen en controleren hun liquiditeitsdekkingsratio in de rapportagevaluta en in elk van de valuta's waarvoor een afzonderlijke rapportageverplichting geldt, in overeenstemming met artikel 415, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013, alsook voor de passiva in de rapportagevaluta. Kredietinstellingen rapporteren de liquiditeitsdekkingsratio aan de bevoegde autoriteit overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014.