Art. 12 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61, Activa van niveau 2B

Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61

1. Activa van niveau 2B omvatten uitsluitend activa die onder een of meer van de volgende categorieën vallen en die telkens voldoen aan de criteria om voor opname in de categorie in aanmerking te komen:

a) blootstellingen in de vorm van door activa gedekte effecten die voldoen aan de vereisten van artikel 13;

b) bedrijfsschuldpapieren die voldoen aan alle volgende voorwaarden:

i) aan deze papieren is door een aangewezen EKBI een kredietbeoordeling van ten minste kredietkwaliteitscategorie 3 toegekend overeenkomstig artikel 122 van Verordening (EU) nr. 575/2013, of een gelijkwaardige kredietkwaliteitscategorie in het geval van een kredietbeoordeling voor de korte termijn;

ii) de schuldpapieren hebben een uitgiftewaarde van ten minste 250 miljoen EUR (of de tegenwaarde daarvan in de binnenlandse valuta);

iii) de looptijd van de schuldpapieren bedraagt bij uitgifte maximaal tien jaar.

c) aandelen, mits zij voldoen aan alle volgende voorwaarden:

i) zij maken deel uit van een belangrijke beursindex in een lidstaat of derde land die als zodanig door de bevoegde autoriteit van een lidstaat of het desbetreffende openbare lichaam in een derde land is aangewezen voor de toepassing van dit punt. Bij gebrek aan een besluit van de bevoegde autoriteit of het openbare lichaam in verband met belangrijke beursindexen beschouwen kredietinstellingen beursindexen als belangrijk wanneer deze zijn samengesteld uit toonaangevende ondernemingen in het desbetreffende rechtsgebied;

ii) zij zijn uitgedrukt in de valuta van de lidstaat waarin de kredietinstelling is gevestigd of, wanneer zij in een andere valuta zijn uitgedrukt, worden zij alleen als activa van niveau 2B aangemerkt ten belope van het bedrag dat nodig is ter dekking van de netto liquiditeitsuitstromen onder stressomstandigheden in die valuta of in het rechtsgebied waar het liquiditeitsrisico wordt aangegaan; en

iii) er is bewezen dat zij te allen tijde een betrouwbare bron van liquiditeit zijn, ook in stressperioden. Aan dit voorschrift wordt geacht te zijn voldaan wanneer het niveau van daling van de beurskoers van het aandeel of de verhoging van de hierop toepasselijke reductiefactor tijdens een stressperiode van dertig dagen op de markt niet hoger was dan respectievelijk 40 % of 40 procentpunten; en

d) gecommitteerde liquiditeitsfaciliteiten voor beperkt gebruik die kunnen worden verstrekt door de ECB, de centrale bank van een lidstaat of van een derde land, mits aan de voorwaarden van artikel 14 wordt voldaan;

e) blootstellingen in de vorm van gedekte obligaties van hoge kwaliteit, die voldoen aan alle onderstaande voorwaarden:

i) zij zijn obligaties als bedoeld in artikel 52, lid 4, van Richtlijn 2009/65/EG of voldoen aan de eisen om in aanmerking te komen voor de behandeling als bedoeld in artikel 129, leden 4 of 5, van Verordening (EU) nr. 575/2013;

ii) de kredietinstelling die in de gedekte obligaties belegt, voldoet aan het transparantievereiste als bedoeld in artikel 129, lid 7, van Verordening (EU) nr. 575/2013;

iii) de instelling die de gedekte obligaties uitgeeft, stelt ten minste elk kwartaal de informatie als bedoeld in artikel 129, lid 7, onder a), van Verordening (EU) nr. 575/2013 ter beschikking aan beleggers;

iv) de gedekte obligaties hebben een uitgiftewaarde van ten minste 250 miljoen EUR (of de tegenwaarde daarvan in de binnenlandse valuta);

v) de gedekte obligaties worden uitsluitend gedekt door de activa bedoeld in artikel 129, lid 1, onder a), onder d), i), of onder e), van Verordening (EU) nr. 575/2013;

vi) de pool van onderliggende activa bestaat uitsluitend uit blootstellingen die wat kredietrisico betreft in aanmerking komen voor een risicogewicht van 35 % of minder overeenkomstig artikel 125 van Verordening (EU) nr. 575/2013;

vii) de cover pool voldoet te allen tijde aan het vereiste van een activadekking die ten minste 10 % hoger is dan het bedrag dat nodig is om aan de vorderingen in verband met de gedekte obligaties te voldoen;

viii) de uitgevende kredietinstelling maakt elke maand openlijk bekend dat de cover pool voldoet aan het vereiste van 10 % activadekking;

f) voor kredietinstellingen die krachtens hun statuten om redenen van godsdienstige overtuiging niet in staat zijn rentedragende activa aan te houden, niet-rentedragende activa die vorderingen vertegenwoordigen op of worden gegarandeerd door de centrale overheid of de centrale bank van een derde land of door een regionale overheid, een lokale autoriteit of een publiekrechtelijk lichaam in een derde land, op voorwaarde dat deze activa een kredietbeoordeling van een aangewezen EKBI van ten minste kredietkwaliteitscategorie 5 hebben gekregen overeenkomstig artikel 114 van Verordening (EU) nr. 575/2013, of een gelijkwaardige kredietkwaliteitscategorie in het geval van een kredietbeoordeling voor de korte termijn.

2. Op de marktwaarde van alle activa van niveau 2B worden de volgende minimale reductiefactoren toegepast:

a) de toepasselijke reductiefactor als bedoeld in artikel 13, lid 14, voor securitisaties van niveau 2B;

b) een reductiefactor van 50 % voor bedrijfsschuldpapieren als bedoeld in lid 1, onder b);

c) een reductiefactor van 50 % voor aandelen als bedoeld in lid 1, onder c);

d) een reductiefactor van 30 % voor programma's van gedekte obligaties of uitgiften als bedoeld in lid 1, onder e);

e) een reductiefactor van 50 % voor niet-rentedragende activa als bedoeld in lid 1, onder f).

3. Voor kredietinstellingen die krachtens hun statuten om redenen van godsdienstige overtuiging niet in staat zijn rentedragende activa aan te houden, kan de bevoegde autoriteit toestaan af te wijken van lid 1, onder b), punten ii) en iii), van dit artikel, op voorwaarde dat wordt bewezen dat er onvoldoende activa beschikbaar zijn die aan deze voorwaarden voldoen, en dat de betrokken niet-rentedragende activa een passende liquiditeit hebben op particuliere markten.

Om te bepalen of de niet-rentedragende activa voor de toepassing van dit artikel een passende liquiditeit hebben op particuliere markten, houdt de bevoegde autoriteit rekening met de volgende factoren:

a) de beschikbare gegevens met betrekking tot hun marktliquiditeit, waaronder handelsvolumes, spreads tussen bied- en laatprijzen, prijsvolatiliteit en prijseffecten; en

b) andere factoren met betrekking tot hun liquiditeit, waaronder historische bewijzen van de breedte en diepte van de markt voor deze niet-rentedragende activa, het aantal en de diversiteit van de marktdeelnemers en het voorhanden zijn van een robuuste marktinfrastructuur.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen