Art. 33, Dierenwelzijn

1. In het kader van deze maatregel worden dierenwelzijnsbetalingen toegekend aan landbouwers die zich er op vrijwillige basis toe verbinden concrete acties uit te voeren die bestaan uit een of meer dierenwelzijnsverbintenissen en die "actieve landbouwer" zijn in de zin van artikel 9 van Verordening (EU) nr. 1307/2013.

2. Dierenwelzijnsbetalingen worden slechts toegekend voor verbintenissen die verder gaan dan de ter zake relevante dwingende normen zoals bedoeld in titel VI, hoofdstuk I, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 en andere ter zake relevante voorschriften. Deze ter zake dienende voorschriften worden in het programma omschreven.

Deze verbintenissen worden aangegaan voor een verlengbare periode van één tot zeven jaar.

3. De betalingen worden jaarlijks verleend en vergoeden de begunstigden geheel of gedeeltelijk voor de extra kosten en de gederfde inkomsten die voortvloeien uit de aangegane verbintenissen. Indien nodig kunnen de betalingen ook worden gebruikt ter dekking van transactiekosten ter waarde van maximaal 20 % van de premie die voor de dierenwelzijnsverbintenissen wordt betaald.

De steun mag het in bijlage II vastgestelde maximumbedrag niet overschrijden.

4. Teneinde ervoor te zorgen dat de dierenwelzijnsverbintenissen in overeenstemming zijn met het algemene beleid van de Unie op dit gebied, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 83 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de omschrijving van de gebieden waar in het kader van dierenwelzijnsverbintenissen strengere normen voor productiemethoden moeten worden vastgesteld.

Uitspraken die dit artikel aanhalen