Art. 34, Bosmilieu- en klimaatdiensten en bosinstandhouding
1. In het kader van deze maatregel wordt per hectare bos steun verleend aan publieke en private bosbezitters en andere privaatrechtelijke en openbare instanties en aan de organisaties waarin zij zijn verenigd, die zich er op vrijwillige basis toe verbinden concrete acties uit te voeren die bestaan uit een of meer bosmilieu- en klimaatverbintenissen. In het geval van bossen in overheidsbezit kan uitsluitend steun worden verleend indien het lichaam dat het bos beheert een privaatrechtelijk lichaam of een gemeente is.
Voor bosbedrijven boven een bepaalde door de lidstaten in hun plattelandsontwikkelingsprogramma's vast te stellen drempel, is de in lid 1 bedoelde steun afhankelijk van de overlegging van de relevante gegevens van een bosbeheerplan of een gelijkwaardig instrument in overeenstemming met duurzaam bosbeheer zoals vastgesteld in de ministeriële conferentie over de bescherming van de bossen in Europa van 1993.
2. De betalingen worden slechts toegekend voor verbintenissen die verder gaan dan de ter zake dienende dwingende voorschriften die zijn vastgesteld in de nationale bosbouwwetgeving of in andere ter zake dienend nationaal recht. Al deze voorschriften worden in het programma omschreven.
De verbintenissen worden aangegaan voor een periode van vijf tot zeven jaar. Indien dat nodig is en naar behoren wordt gemotiveerd, kunnen de lidstaten in hun plattelandsontwikkelingsprogramma's een langere periode vaststellen voor specifieke soorten verbintenissen.
3. De betalingen vergoeden de begunstigden geheel of gedeeltelijk voor de extra kosten en de gederfde inkomsten die voortvloeien uit de aangegane verbintenissen. Indien nodig kunnen zij ook transactiekosten tot een waarde van 20 % van de voor de bosmilieuverbintenissen betaalde premie dekken. De steun mag het in bijlage II vastgestelde maximumbedrag niet overschrijden.
In naar behoren gemotiveerde gevallen kan voor concrete acties ten behoeve van milieubehoud steun worden verleend voor verbintenissen die ten doel hebben af te zien van het commercieel gebruik van bomen en bossen, in de vorm van een forfaitair bedrag of een eenmalige betaling per eenheid, die berekend wordt op basis van gemaakte extra kosten en gederfde inkomsten.
4. De steun kan aan publieke en private organisaties worden toegekend voor de instandhouding en de bevordering van genetische hulpbronnen op het gebied van bosbouw in het kader van niet onder de leden 1, 2 en 3 vallende concrete acties.
5. Om te zorgen voor een efficiënt gebruik van de begrotingsmiddelen uit het ELFPO, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 83 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de soorten concrete acties die in aanmerking komen voor steun in het kader van lid 4 van dit artikel.