Art. 38 Verordening (EU) nr. 1305/2013, Onderlinge fondsen voor ongunstige weersomstandigheden, dier- en plantenziekten, plagen en milieuongevallen
Verordening (EU) nr. 1305/2013
1. Om voor steun in aanmerking te komen, moet het onderlinge fonds:
a) door de bevoegde autoriteit overeenkomstig de nationale wetgeving zijn geaccrediteerd;
b) betalingen aan en afboekingen van het betrokken fonds transparant behandelen;
c) beschikken over duidelijke voorschriften inzake de toewijzing van verantwoordelijkheid voor schulden.
2. De lidstaten stellen de voorschriften vast voor de oprichting en het beheer van de onderlinge fondsen, in het bijzonder met betrekking tot de verlening van compensatiebetalingen aan en de inaanmerkingneming van landbouwers in crisissituaties, alsook met betrekking tot het beheer en de monitoring van de naleving van deze voorschriften. De lidstaten zien erop toe dat in de regelingen van de fondsen is voorzien in sancties in geval van nalatigheid van de landbouwer.
De in artikel 36, lid 1, onder b), bedoelde gebeurtenissen moeten door de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat officieel als incident worden erkend.
3. De in artikel 36, lid 1, onder b), bedoelde financiële bijdragen hebben slechts betrekking op:
a) de administratieve kosten van de oprichting van het onderlinge fonds, met dien verstande dat zij over maximaal drie jaar worden gespreid en geleidelijk worden verlaagd;
b) de bedragen die uit het onderlinge fonds in de vorm van vergoedingen aan de landbouwers worden betaald. De financiële bijdragen mogen tevens betrekking hebben op rente voor commerciële leningen die het onderlinge fonds heeft afgesloten om landbouwers die zich in een crisissituatie bevinden, te vergoeden.
In het kader van artikel 36, lid 1, onder b), wordt slechts steun verleend ter dekking van verliezen door ongunstige weersomstandigheden, dier- of plantenziekten of een plaag, of een overeenkomstig Richtlijn 2000/29/EG vastgestelde maatregel om een plantenziekte of plaag uit te roeien of in te dammen waarbij meer dan 30 % van de gemiddelde jaarproductie van de laatste drie jaar of van de gemiddelde productie van drie van de laatste vijf jaar verloren is gegaan, de hoogste en de laagste productie in laatstgenoemd geval niet meegerekend. Indexen kunnen worden gebruikt voor het berekenen van de jaarproductie van de landbouwer. De gehanteerde berekeningsmethode maakt het mogelijk het feitelijke verlies van een landbouwer in een bepaald jaar te bepalen.
Aanvangskapitaal wordt niet gefinancierd met openbare middelen.
4. Wat dierziekten betreft, wordt alleen financiële compensatie op grond van artikel 36, lid 1, onder b), toegekend voor de ziekten die zijn vermeld in de lijst van dierziekten die is opgesteld door de Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE) of in de lijst van dierziekten die is opgenomen in de bijlage bij Beschikking 2009/470/EG.
5. De steun mag het in bijlage II vastgestelde maximale steunpercentage niet overschrijden.
De lidstaten kunnen de voor steun in aanmerking komende kosten beperken aan de hand van:
a) maxima per fonds;
b) adequate maxima per eenheid.