Art. 15 Richtlijn 2013/30/EU, Kennisgeving van en verstrekking van gegevens over boorputactiviteiten

Richtlijn 2013/30/EU

1. De lidstaten zien erop toe dat de exploitant van de boorput de kennisgeving opstelt die overeenkomstig artikel 11, lid 1, onder h), moet worden ingediend bij de bevoegde autoriteit. Zij wordt ingediend binnen de door de bevoegde autoriteit gestelde termijn die valt vóór de start van de boorputactiviteit. Deze kennisgeving bevat de gegevens van het ontwerp van de boorput en de voorgestelde boorputactiviteiten overeenkomstig bijlage I, deel 4. Dit omvat een analyse van de doeltreffendheid van de respons op olielekken.

2. De bevoegde autoriteit neemt de kennisgeving in overweging en treft, indien zij dat nodig acht, voordat de boorputactiviteiten zijn begonnen, passende maatregelen, met inbegrip van een verbod van het beginnen van de activiteiten.

3. De lidstaten zorgen ervoor dat de exploitant van de boorput de onafhankelijke verificateur betrekt bij de planning en opstelling van een essentiële wijziging in de gegevens van de kennisgeving van boorputactiviteiten ingediend overeenkomstig artikel 17, lid 4, punt b), en de bevoegde autoriteit onmiddellijk in kennis stelt van elke essentiële wijziging in de gegevens van de ingediende kennisgeving van boorputactiviteiten. De bevoegde autoriteit neemt deze wijzigingen in overweging en treft indien zij dat nodig acht passende maatregelen.

4. De lidstaten zorgen ervoor dat de exploitant van de boorput bij de bevoegde autoriteit rapporten over boorputactiviteiten indient overeenkomstig de voorschriften van bijlage II. De rapporten worden wekelijks voorgelegd, vanaf de dag waarop de booractiviteiten beginnen, of volgens een door de bevoegde autoriteit vastgesteld tijdpad.

Vorige artikelen

Volgende artikelen