Art. 14 Richtlijn 2013/30/EU, Interne rampenplannen
1. De lidstaten zien erop toe dat de exploitanten of de eigenaars, als toepasselijk, interne rampenplannen opstellen, die moeten worden ingediend overeenkomstig artikel 11, lid 1, onder g). De plannen moeten worden opgesteld overeenkomstig artikel 28 en daarbij moet rekening worden gehouden met de risicobeoordeling van zware ongevallen die tijdens de opstelling van het meest recente rapport inzake grote gevaren is uitgevoerd. Het plan omvat een analyse van de doeltreffendheid van de respons op olielekken.
2. Wanneer er vanuit een mobiele niet-productie-installatie een boorput wordt geboord, wordt in het interne rampenplan voor de installatie rekening gehouden met de risicobeoordeling die is uitgevoerd tijdens de opstelling van de kennisgeving van boorputactiviteiten die moet worden ingediend overeenkomstig artikel 11, lid 1, onder h). Wanneer het interne rampenplan moet worden gewijzigd vanwege de bijzondere aard of ligging van de boorput, zien de lidstaten erop toe dat de exploitant van de boorput het gewijzigde interne rampenplan, of een adequate beschrijving daarvan, bij de bevoegde autoriteit indient ter aanvulling van de betrokken kennisgeving van boorputactiviteiten.
3. Wanneer een niet-productie-installatie wordt gebruikt voor de uitvoering van gecombineerde activiteiten, wordt het interne rampenplan gewijzigd zodat het ook de gecombineerde activiteiten omvat, en wordt het bij de bevoegde autoriteit ingediend ter aanvulling van de betrokken kennisgeving van gecombineerde activiteiten.