Art. 10 Richtlijn 2013/30/EU, Taken van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid

Richtlijn 2013/30/EU

1. Het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA, hierna „het Agentschap”) verleent technische en wetenschappelijke bijstand aan lidstaten en de Commissie overeenkomstig zijn mandaat overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1406/2002.

2. Binnen het kader van zijn mandaat:

a) verleent het Agentschap de Commissie en de getroffen lidstaat, op zijn verzoek, bijstand bij het opsporen van en het toezien op de omvang van een olie- of gaslek;

b) verleent het Agentschap de lidstaten, op hun verzoek, bijstand bij de opstelling en de uitvoering van externe rampenplannen, vooral wanneer er sprake is van grensoverschrijdende gevolgen binnen de offshorewateren van de lidstaten en daarbuiten;

c) ontwikkelt het Agentschap met de lidstaten en exploitanten op basis van hun interne en externe rampenplannen een catalogus van voor noodsituaties beschikbare apparatuur en diensten.

3. Het Agentschap kan, indien daartoe verzocht:

a) de Commissie bijstand verlenen bij het beoordelen van de externe rampenplannen van de lidstaten, om na te gaan of deze plannen in overeenstemming zijn met deze richtlijn;

b) oefeningen evalueren die toegespitst zijn op het testen van grensoverschrijdende en uniale noodmechanismen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen