Art. 5 Richtlijn 2013/30/EU, Inspraak met betrekking tot de gevolgen van voorgenomen offshore olie- en gasexploraties op het milieu

Richtlijn 2013/30/EU

1. Met het boren van een boorput voor exploratie vanaf een niet-productie-installatie wordt pas begonnen nadat de betreffende autoriteiten van de lidstaten zich ervan vergewist hebben dat in een vroeg stadium effectieve inspraak over de mogelijke gevolgen van voorgenomen offshore olie- en gasexploratie op het milieu heeft plaatsgevonden op grond van andere wetgevingshandelingen van de Unie, met name Richtlijn 2001/42/EG of Richtlijn 2011/92/EU.

2. Indien geen inspraak heeft plaatsgevonden ingevolge lid 1, zorgen de lidstaten ervoor dat de volgende regelingen worden getroffen:

a) aan het publiek wordt via openbare bekendmaking of andere passende middelen zoals elektronische media meegedeeld op welke plaatsen exploratieactiviteiten zullen worden toegelaten;

b) het betrokken publiek wordt aangeduid, waaronder het publiek dat het effect zal ondergaan of waarschijnlijk zal ondergaan van, of belang heeft bij, het besluit om exploratieactiviteiten toe te staan, waaronder relevante niet-gouvernementele organisaties, zoals die welke milieubescherming bevorderen en andere relevante organisaties;

c) relevante informatie over deze voorgenomen activiteiten wordt ter beschikking gesteld van het publiek, zoals informatie over het recht op inspraak bij de besluitvorming en over de instantie waarbij opmerkingen of vragen kunnen worden ingediend;

d) het publiek heeft het recht opmerkingen en meningen kenbaar te maken, op een moment waarop alle opties nog open zijn voordat een beslissing om exploratie toe te staan wordt genomen;

e) bij het nemen van beslissingen als bedoeld onder d) wordt naar behoren rekening gehouden met de resultaten van de inspraak, en

f) nadat hij de opmerkingen en meningen van het publiek heeft bestudeerd, informeert de betrokken lidstaat het publiek onmiddellijk over de genomen beslissingen en de redenen en overwegingen waarop die beslissingen gebaseerd zijn, met inbegrip van informatie over de inspraakprocedure;

Er wordt in redelijke termijnen voorzien zodat er voldoende tijd is voor elke fase van de inspraak.

3. Dit artikel is niet van toepassing op gebieden waarvoor voor 18 juli 2013 een vergunning is verleend.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen