Art. 9 Verordening (EU) nr. 994/2010, Risico-evaluatie

Verordening (EU) nr. 994/2010

1. Uiterlijk op 3 december 2011 maakt elke bevoegde instantie op basis van de volgende gemeenschappelijke elementen een volledige evaluatie op van de risico’s voor de gasleveringszekerheid in haar lidstaat, door:

a) gebruik te maken van de in de artikelen 6 en 8 neergelegde normen, waarbij de berekening van de N–1-formule, de gebruikte aannamen, ook die voor de berekening van de N–1-formule op regionaal niveau, en de voor die berekening noodzakelijke gegevens, worden getoond;

b) alle relevante nationale en regionale omstandigheden in aanmerking te nemen, met name de omvang van de markt, de netconfiguratie, de werkelijke stromen, daaronder begrepen de uitstroom van de betrokken lidstaat, de mogelijkheid van fysieke gasstromen in beide richtingen, met inbegrip van de mogelijke behoefte aan dienovereenkomstige versterking van het transmissiesysteem, de aanwezigheid van productie en opslag en de rol van gas in de energiemix, met name met betrekking tot stadsverwarming, elektriciteitsopwekking en voor de werking van de industrie, en overwegingen in verband met de veiligheid en de kwaliteit van het gas;

c) het doorlopen van verscheidene scenario’s van uitzonderlijk hoge gasvraag of verstoring van de levering, zoals het uitvallen van belangrijke transmissie-infrastructuur, opslagfaciliteiten of LNG-terminals en verstoring van de levering door leveranciers uit derde landen, daarbij rekening houdend met historische gegevens, waarschijnlijkheid, jaargetijde, frequentie en duur van dergelijke voorvallen en, in voorkomend geval, geopolitieke risico’s, alsook het evalueren van de waarschijnlijke gevolgen van die scenario’s;

d) het identificeren van de interactie en correlatie met de in andere lidstaten bestaande risico’s, waaronder onder meer die met betrekking tot interconnecties, grensoverschrijdende leveringen, grensoverschrijdende toegang tot opslagfaciliteiten en bidirectionele capaciteit;

e) de maximale interconnectiecapaciteit van elk entry- en exitpunt aan de grens in aanmerking te nemen.

2. Wanneer artikel 4, lid 3, wordt toegepast, verrichten de betrokken bevoegde instanties ook een gezamenlijke risico-evaluatie op regionaal niveau.

3. De aardgasbedrijven, de industriële gasafnemers, de relevante organisaties die de belangen van de huishoudelijke en industriële gasafnemers vertegenwoordigen, alsook de lidstaten en de nationale regulerende instantie, wanneer dat niet de bevoegde instantie is, werken samen met de bevoegde instantie en verstrekken haar desgevraagd alle voor de risico-evaluatie benodigde informatie.

4. De risico-evaluatie wordt voor het eerst uiterlijk 18 maanden na de vaststelling van de in artikel 4 bedoelde preventieve actieplannen en noodplannen en vervolgens om de twee jaar vóór 30 september van dat jaar geactualiseerd, tenzij de omstandigheden frequentere actualisering vereisen. De risico-evaluatie houdt rekening met de voortgang met betrekking tot de investeringen die nodig zijn om aan de in artikel 6 gedefinieerde infrastructuurnorm te voldoen, alsook met specifieke nationale moeilijkheden die bij de uitvoering van nieuwe alternatieve oplossingen zijn opgetreden.

5. De risico-evaluatie en de geactualiseerde versies daarvan worden onverwijld ter beschikking van de Commissie gesteld.

Vorige artikelen

Volgende artikelen