Art. 5 Verordening (EU) nr. 994/2010, Inhoud van de nationale en gezamenlijke preventieve actieplannen
1. De nationale en gezamenlijke preventieve actieplannen omvatten:
a) de resultaten van de in artikel 9 omschreven risico-evaluatie;
b) de maatregelen, volumen, capaciteiten en tijd die nodig zijn om aan de infrastructuur- en leveringsnormen van de artikelen 6 en 8 te voldoen, daaronder begrepen, in voorkomend geval, de mate waarin maatregelen aan de vraagzijde op afdoende en tijdige wijze een verstoring van de gaslevering als bedoeld in artikel 6, lid 2, kunnen ondervangen, de bepaling van de grootste afzonderlijke gasinfrastructuur van gemeenschappelijk belang in geval van toepassing van artikel 6, lid 3, en elke verhoogde leveringsnorm krachtens artikel 8, lid 2;
c) de aan aardgasbedrijven en andere relevante entiteiten opgelegde verplichtingen, onder meer met betrekking tot de veilige exploitatie van het gassysteem;
d) de andere preventieve maatregelen, zoals de noodzaak de interconnecties tussen aan elkaar grenzende lidstaten te verbeteren en de mogelijkheid om in voorkomend geval de aanvoerroutes en -bronnen van gas te diversifiëren, om een antwoord te bieden op de aangemerkte risico’s en de gaslevering aan alle afnemers voor zover mogelijk in stand te houden;
e) in voorkomend geval, de mechanismen waarvan gebruik wordt gemaakt voor samenwerking met andere lidstaten bij het opstellen en uitvoeren van gezamenlijke preventieve actieplannen en gezamenlijke noodplannen als bedoeld in artikel 4, lid 3;
f) informatie over bestaande en toekomstige interconnecties, waaronder interconnecties die toegang bieden tot het gasnet van de Unie, grensoverschrijdende gasstromen, toegang tot opslagfaciliteiten over de landsgrenzen heen en de fysieke capaciteit om gas in beide richtingen te vervoeren („bidirectionele capaciteit”), met name in het geval van een noodsituatie;
g) informatie over alle openbaredienstverplichtingen die betrekking hebben op de gasleveringszekerheid.
2. De nationale en gezamenlijke preventieve actieplannen, met name de acties om te voldoen aan de in artikel 6 omschreven infrastructuurnorm, houden rekening met het Uniebrede tienjaren netwerkontwikkelingsplan dat door het ENTSB voor gas wordt uitgewerkt, overeenkomstig artikel 8, lid 10, van Verordening (EG) nr. 715/2009.
3. De nationale en gezamenlijke preventieve actieplannen worden in de eerste plaats gebaseerd op marktmaatregelen en zij houden rekening met de economische gevolgen, de doeltreffendheid en efficiëntie van de maatregelen, de effecten op de werking van de interne energiemarkt en de gevolgen voor het milieu en voor afnemers; zij leggen de aardgasbedrijven geen buitensporige lasten op en hebben ook geen negatieve gevolgen voor de werking van de interne gasmarkt.
4. De nationale en gezamenlijke preventieve actieplannen worden om de twee jaar geactualiseerd, tenzij de omstandigheden frequentere actualisering nodig maken, en weerspiegelen de geactualiseerde risico-evaluatie. De raadpleging tussen bevoegde instanties als bedoeld in artikel 4, lid 2, vindt plaats voordat het geactualiseerde plan wordt vastgesteld.