Art. 4 Verordening (EU) nr. 994/2010, Instelling van preventieve actieplannen en noodplannen

Verordening (EU) nr. 994/2010

1. Na raadpleging van de aardgasbedrijven, de relevante organisaties die de belangen van de huishoudelijke afnemers en industriële gasafnemers vertegenwoordigen, en de nationale regulerende instantie, wanneer dat niet de bevoegde instantie is, stelt de bevoegde instantie van elke lidstaat, onverminderd lid 3, op nationaal niveau de volgende plannen op:

a) een preventief actieplan, dat de maatregelen omvat die nodig zijn om de geïdentificeerde risico’s te beperken, overeenkomstig de ingevolge artikel 9 verrichte risico-evaluatie; en

b) een noodplan, dat de maatregelen omvat om de effecten van een verstoring van de gaslevering weg te nemen of te beperken, overeenkomstig artikel 10.

2. Voordat zij een preventief actieplan en een noodplan op nationaal niveau vaststellen, wisselen de bevoegde instanties uiterlijk op 3 juni 2012 hun ontwerppreventieve actieplannen en -noodplannen uit en raadplegen zij elkaar op het passende regionale niveau, alsook de Commissie, teneinde ervoor te zorgen dat hun ontwerpplannen en maatregelen niet in strijd zijn met de preventieve actieplannen en noodplannen van een andere lidstaat en dat zij voldoen aan deze verordening en andere bepalingen van het Unierecht. Deze raadplegingen vinden vooral plaats tussen aan elkaar grenzende lidstaten, met name tussen geïsoleerde stelsels die gaseilanden vormen en de aangrenzende lidstaten, en kunnen mogelijk plaatsvinden tussen lidstaten genoemd in de indicatieve lijst van bijlage IV.

3. Op grond van de in lid 2 bedoelde raadplegingen en van mogelijke aanbevelingen van de Commissie kunnen de betrokken bevoegde instanties besluiten om naast de op nationaal niveau opgestelde plannen ook gezamenlijke preventieve actieplannen op regionaal niveau („gezamenlijke preventieve actieplannen”) en gezamenlijke noodplannen op regionaal niveau („gezamenlijke noodplannen”) op te stellen. In het geval van gezamenlijke plannen streven de bevoegde instanties in voorkomend geval ernaar overeenkomsten te sluiten met het oog op de uitvoering van de regionale samenwerking. Indien noodzakelijk worden deze overeenkomsten formeel bekrachtigd door de lidstaten.

4. Bij de opstelling van het preventieve actieplan en het noodplan op nationaal en/of regionaal niveau houdt de bevoegde instantie naar behoren rekening met de noodzaak van een voortdurend veilige exploitatie van het gassysteem, en zet zij in die plannen de technische beperkingen die het functioneren van het gassysteem beïnvloeden uiteen, waarbij zij onder meer vermeldt welke technische en veiligheidsredenen kunnen leiden tot beperking van de gasstromen in een noodsituatie.

5. Uiterlijk op 3 december 2012 worden de preventieve actieplannen en de noodplannen, alsook, indien van toepassing, de gezamenlijke plannen, vastgesteld en bekendgemaakt. Deze plannen worden onverwijld aan de Commissie meegedeeld. De Commissie stelt de Groep coördinatie gas in kennis. De bevoegde instanties zorgen voor regelmatige monitoring van de uitvoering van deze plannen.

6. Binnen drie maanden nadat de bevoegde instanties de in lid 5 bedoelde plannen hebben meegedeeld:

a) beoordeelt de Commissie deze plannen overeenkomstig punt b). Te dien einde raadpleegt de Commissie de Groep coördinatie gas en houdt zij naar behoren rekening met het advies van die groep. De Commissie doet verslag van haar beoordeling van de plannen aan de Groep coördinatie gas; en

b) indien de Commissie op grond van deze raadplegingen:

i) oordeelt dat een preventief actieplan of een noodplan niet volstaat om de in de risico-evaluatie aangemerkte risico’s te beperken, kan zij de bevoegde instanties of de bevoegde instanties aanbevelen het betrokken plan te wijzigen;

ii) van mening is dat een preventief actieplan of een noodplan in strijd is met de risicoscenario’s of de plannen van andere bevoegde instanties, of dat het niet in overeenstemming is met deze verordening of andere bepalingen van de rechtshandelingen van de Unie, verzoekt zij om een herziening van het betrokken plan;

iii) van oordeel is dat het preventieve actieplan de gasleveringszekerheid van andere lidstaten of van de Unie in haar geheel in gevaar brengt, besluit zij de bevoegde instantie op te dragen het preventieve actieplan te herzien en kan zij specifieke aanbevelingen doen met het oog op de wijziging ervan. De Commissie motiveert haar besluit uitvoerig.

7. Binnen een termijn van vier maanden na kennisgeving van het in lid 6, onder b), ii), bedoelde verzoek van de Commissie, wijzigt de betrokken bevoegde instantie haar preventieve actieplan of noodplan en brengt zij dit gewijzigde plan ter kennis van de Commissie, of zet zij voor de Commissie uiteen waarom zij het niet eens is met het verzoek. In dat laatste geval kan de Commissie binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van het antwoord van de bevoegde instantie haar verzoek wijzigen of intrekken of de betrokken bevoegde instanties en, indien de Commissie dat noodzakelijk acht, de Groep coördinatie gas, bijeenroepen om de kwestie te bespreken. De Commissie motiveert haar verzoek tot wijziging van het plan uitvoerig. De bevoegde instantie houdt volledig rekening met het standpunt van de Commissie. Indien het uiteindelijke besluit van de bevoegde instantie afwijkt van het standpunt van de Commissie, maakt de bevoegde instantie binnen twee maanden na ontvangst van het standpunt van de Commissie, haar besluit en het standpunt van de Commissie openbaar, alsook de redenen die ten grondslag liggen aan haar besluit. Indien van toepassing maakt de bevoegde instantie het gewijzigde plan onverwijld openbaar.

8. Binnen een termijn van drie maanden na kennisgeving van het in lid 6, onder b), iii), bedoelde besluit van de Commissie, wijzigt de betrokken bevoegde instantie haar preventieve actieplan en brengt zij dit gewijzigde plan ter kennis van de Commissie, of zet zij voor de Commissie uiteen waarom zij het niet eens is met het verzoek. In dat laatste geval kan de Commissie binnen een termijn van twee maanden besluiten haar verzoek te wijzigen of in te trekken. Wanneer de Commissie haar verzoek handhaaft, wijzigt de betrokken bevoegde instantie het plan binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van het besluit van de Commissie, daarbij zoveel mogelijk rekening houdend met de in lid 6, onder b), iii), bedoelde aanbeveling van de Commissie, en stelt zij het gewijzigde plan ter kennis van de Commissie.

De Commissie stelt de Groep coördinatie gas in kennis en houdt naar behoren rekening met de aanbevelingen van die groep bij het opstellen van haar advies over het gewijzigde plan, dat uiterlijk twee maanden na kennisgeving door de bevoegde instantie moet worden uitgebracht. De betrokken bevoegde instantie houdt zo veel mogelijk rekening met het advies van de Commissie en stelt binnen een termijn van twee maanden na ontvangst van dat advies het resulterende gewijzigde plan vast en maakt dat bekend.

9. Het vertrouwelijke karakter van commercieel gevoelige informatie wordt bewaard.

Vorige artikelen

Volgende artikelen