Art. 13 Verordening (EU) nr. 994/2010, Informatie-uitwisseling
1. Indien lidstaten bestaande openbaredienstverplichtingen hebben die verband houden met de gasleveringszekerheid, maken zij die uiterlijk op 3 januari 2011 bekend. Ook latere actualiseringen of aanvullende openbaredienstverplichtingen die verband houden met de gasleveringszekerheid worden bekendgemaakt zodra zij door de lidstaten zijn vastgesteld.
2. Gedurende een noodsituatie stellen de betrokken aardgasbedrijven aan de bevoegde instantie dagelijks met name de volgende informatie ter beschikking:
a) de dagelijkse gasvraag en prognoses voor de levering voor de volgende drie dagen;
b) de dagelijkse gasstroom (in miljoen m3 per dag) op alle grensoverschrijdende entry- en exitpunten, alsook op alle punten die een productiefaciliteit, een opslagfaciliteit of een LNG-terminal met het net verbinden;
c) de periode, uitgedrukt in dagen, gedurende welke de gaslevering aan beschermde afnemers naar verwachting kan worden gewaarborgd.
3. In het geval van een noodsituatie op Unie- of regionaal niveau is de Commissie gemachtigd de bevoegde instantie te verzoeken om haar onverwijld de volgende informatie te verstrekken:
a) de in lid 2 bedoelde informatie;
b) informatie over de maatregelen die de bevoegde instantie voornemens is te nemen of reeds ten uitvoer heeft gelegd om de noodsituatie te matigen, alsmede informatie over de doeltreffendheid van die maatregelen;
c) de gedane verzoeken om extra maatregelen door andere bevoegde instanties;
d) de maatregelen die ten uitvoer zijn gelegd op verzoek van andere bevoegde instanties.
4. De bevoegde instanties en de Commissie waarborgen de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie.
5. Na een noodsituatie verstrekt de bevoegde instantie de Commissie zo spoedig mogelijk en uiterlijk zes weken na opheffing van de noodsituatie een gedetailleerde evaluatie van de noodsituatie en van de doeltreffendheid van de ten uitvoer gelegde maatregelen, inclusief een evaluatie van de economische effecten van de noodsituatie, de effecten op de elektriciteitssector en de bijstand die gegeven is aan en/of ontvangen is van de Unie en de lidstaten. Die evaluatie wordt ter beschikking van de Groep coördinatie gas gesteld en wordt meegenomen in de herzieningen van de preventieve actieplannen en de noodplannen.
De Commissie analyseert de evaluaties van de bevoegde instanties en legt haar bevindingen in gebundelde vorm aan de lidstaten, het Europees Parlement en de Groep coördinatie gas voor.
6. Om de Commissie in staat te stellen om de situatie van de leveringszekerheid op Unieniveau in te schatten:
a) delen de lidstaten de Commissie uiterlijk op 3 december 2011 de bestaande met derde landen gesloten intergouvernementele overeenkomsten mee die een effect hebben op de ontwikkeling van de gasinfrastructuur en -levering; wanneer zij met derde landen nieuwe intergouvernementele overeenkomsten sluiten die een dergelijk effect hebben, zullen de lidstaten de Commissie informeren;
b) voor bestaande contracten uiterlijk op 3 december 2011, alsook voor nieuwe contracten of wijzigingen in bestaande contracten, stellen aardgasbedrijven de betreffende bevoegde instantie in kennis van de volgende gegevens met betrekking tot de contracten met een looptijd van meer dan één jaar die zijn gesloten met leveranciers uit derde landen:
i) looptijd van het contract;
ii) gecontracteerde totale volumen, op jaarbasis, en het gemiddelde volume per maand;
iii) in het geval van een alarm- of een noodsituatie, de gecontracteerde dagelijkse volumen;
iv) de contractuele leveringspunten.
De bevoegde instantie deelt deze gegevens in gebundelde vorm aan de Commissie mee. In het geval van sluiting van nieuwe contracten of van wijzigingen in bestaande contracten wordt de hele set gegevens opnieuw regelmatig in gebundelde vorm doorgegeven. De bevoegde instantie en de Commissie waarborgen de vertrouwelijkheid van de informatie.