Art. 38 Verordening (EG) nr. 810/2009, Middelen voor de behandeling van aanvragen en het toezicht op consulaten

Verordening (EG) nr. 810/2009

1. De lidstaten zetten geschikte medewerkers in toereikende aantallen in voor de uitvoering van de taken in verband met de behandeling van aanvragen, en wel zodanig dat een dienstverlening aan het publiek wordt gegarandeerd van een aanvaardbare en geharmoniseerde kwaliteit.

2. De kantoorruimte moet voldoen aan de relevante functionele eisen van geschiktheid en het mogelijk maken dat passende veiligheidsmaatregelen worden getroffen.

3. De centrale autoriteiten van lidstaten dienen zowel uitgezonden medewerkers als lokale medewerkers op passende wijze op te leiden en hen te voorzien van volledige, nauwkeurige en bijgewerkte informatie over de relevante communautaire en nationale wetgeving.

4. De centrale autoriteiten van de lidstaten dragen zorg voor een geregeld adequaat toezicht op de behandeling van aanvragen en nemen corrigerende maatregelen wanneer wordt vastgesteld dat de voorschriften van deze verordening niet worden toegepast.