Art. 36 Verordening (EG) nr. 810/2009, Afgifte aan de buitengrenzen van visa aan transiterende zeevarenden
1. Aan een zeevarende die over een visum dient te beschikken voor overschrijding van de buitengrenzen van de lidstaten, kan aan de grens een visum met het oog op doorreis worden afgegeven indien hij:
a) voldoet aan de voorwaarden van artikel 35, lid 1, en
b) de desbetreffende grens overschrijdt teneinde in te schepen in, opnieuw in te schepen in of van boord te gaan van een schip waarop hij als zeevarende zal werken dan wel gewerkt heeft.
2. Alvorens aan de grens een visum af te geven aan een transiterende zeevarende voldoen de bevoegde nationale autoriteiten aan de voorschriften van bijlage IX, deel 1, en zorgen zij ervoor dat de noodzakelijke informatie over de betrokken zeevarende is uitgewisseld door middel van een naar behoren ingevuld formulier voor transiterende zeevarenden als omschreven in bijlage IX, deel 2.
3. Dit artikel is van toepassing onverminderd het bepaalde in artikel 35, leden 3, 4 en 5.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 9 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1503
- Rb. Den Haag 30 juni 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:16046
- Hof 's-Hertogenbosch 21 juli 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:2255
- Hof 's-Hertogenbosch 21 juli 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:2254
- Hof 's-Hertogenbosch 21 juli 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:2253
- Hof 's-Hertogenbosch 21 juli 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:2252