Art. 43 Verordening (EG) nr. 810/2009, Samenwerking met externe dienstverleners
1. De lidstaten streven ernaar samen met één of meer lidstaten met een externe dienstverlener samen te werken, onverminderd de voorschriften inzake overheidsopdrachten en mededinging.
2. De samenwerking met een externe dienstverlener berust op een rechtsinstrument dat voldoet aan de voorschriften van bijlage X.
3. De lidstaten wisselen in het kader van de plaatselijke Schengensamenwerking informatie uit over de selectie van externe dienstverleners en de vaststelling van de voorwaarden van hun respectieve rechtsinstrumenten.
4. Het onderzoek van aanvragen, het persoonlijke onderhoud, en, in voorkomend geval, de beslissing over de aanvraag en het printen en aanbrengen van visumstickers worden uitsluitend door het consulaat verricht.
5. Externe dienstverleners hebben in geen geval toegang tot het VIS. De toegang tot het VIS is uitsluitend voorbehouden aan naar behoren gemachtigde medewerkers van consulaten.
6. Aan een externe dienstverlener kunnen een of meer van de volgende taken worden toevertrouwd:
a) het verstrekken van algemene informatie over de visumvereisten en -aanvraagformulieren;
b) het informeren van de aanvrager, op basis van een checklist, over de verlangde bewijsstukken;
c) het verzamelen van gegevens en van aanvragen (met inbegrip van de biometrische kenmerken) en het doorzenden van de aanvraag aan het consulaat;
d) het innen van de legesrechten;
e) het maken van afspraken voor het persoonlijk verschijnen op het consulaat of bij de externe dienstverlener;
f) het verzamelen van de reisdocumenten, waaronder, indien van toepassing, van een kennisgeving van weigering, van het consulaat en de terugzending daarvan aan de aanvrager.
7. Bij de keuze van externe dienstverleners verricht/verrichten de betrokken lidstaat/lidstaten een grondig onderzoek naar de solvabiliteit en de betrouwbaarheid van de onderneming, waarbij de vergunningen, de inschrijving in het handelsregister, de ondernemingsstatuten en de contracten met banken worden gecontroleerd, en ziet/zien hij/zij erop toe dat zich geen belangenconflicten voordoen.
8. De betrokken lidstaten zorgen ervoor dat de geselecteerde externe dienstverlener de voorwaarden naleeft die hem in het in lid 2 genoemde rechtsinstrument zijn gesteld.
9. De betrokken lidstaten blijven verantwoordelijk voor het naleven van de gegevensbeschermingsregels voor de gegevensverwerking en staan onder toezicht overeenkomstig artikel 28 van Richtlijn 95/46/EG.
Samenwerking met een externe dienstverlener houdt geen beperking of uitsluiting in van de aansprakelijkheid die voortvloeit uit het nationale recht van de betrokken lidstaten voor schendingen van de bepalingen met betrekking tot de persoonsgegevens van aanvragers of het verrichten van een of meer in lid 6 bedoelde taken. Deze bepaling doet geen afbreuk aan mogelijk rechtstreeks verhaal tegen de externe dienstverlener op grond van het nationale recht van het betrokken derde land.
10. De betrokken lidstaat/lidstaten leidt/leiden de externe dienstverlener zodanig op dat deze beschikt over de kennis die vereist is voor een goede dienstverlening en voor toereikende informatie aan de aanvragers.
11. De betrokken lidstaat/lidstaten houdt/houden de uitvoering van het in lid 2 bedoelde rechtsinstrument nauwlettend in het oog, onder meer:
a) de algemene informatie over de visumvoorschriften en aanvraagformulieren die de externe dienstverlener aan aanvragers verstrekt;
b) alle nodige technische en organisatorische veiligheidsmaatregelen om persoonsgegevens te beveiligen tegen onopzettelijke of onrechtmatige vernietiging, onopzettelijk verlies, vervalsing, niet-toegelaten verspreiding of toegang, met name wanneer de samenwerking doorzending van dossiers en gegevens aan het consulaat van de betrokken lidstaat/lidstaten omvat, en tegen enige andere vorm van onwettige verwerking van de persoonsgegevens;
c) het verzamelen en doorzenden van biometrische kenmerken;
d) de maatregelen ter waarborging van de naleving van bepalingen inzake gegevensbescherming.
Het consulaat van de betrokken lidstaat/lidstaten voert daartoe regelmatig steekproefsgewijze controles uit in het gebouw van de externe dienstverlener.
12. In het geval dat de samenwerking met een externe dienstverlener wordt beëindigd, zorgen de lidstaten ervoor dat de continuïteit van de volledige dienstverlening is gewaarborgd.
13. De lidstaten verstrekken de Commissie een afschrift van het in lid 2 bedoelde rechtsinstrument.