Art. 33 Verordening (EG) nr. 810/2009, Verlenging
1. De geldigheidsduur van en/of de duur van het verblijf met een afgegeven visum wordt verlengd indien de bevoegde autoriteit van een lidstaat oordeelt dat de visumhouder heeft aangetoond dat hij wegens overmacht of om humanitaire redenen niet in staat is om het grondgebied van de lidstaat vóór het verstrijken van de geldigheidsduur of het einde van de toegestane verblijfsduur te verlaten. Deze verlenging is gratis.
2. De geldigheidsduur van en/of de duur van het verblijf met een afgegeven visum kan worden verlengd indien de visumhouder aantoont dat de verlenging van de geldigheidsduur of de verblijfsduur om zwaarwegende persoonlijke redenen gerechtvaardigd is. Voor deze verlenging bedragen de leges 30 EUR.
3. Behoudens andersluidende beslissingen van de autoriteit die het visum verlengt, behoudt het verlengde visum de territoriale geldigheid van het oorspronkelijke visum.
4. De autoriteit die bevoegd is tot verlenging van het visum is de autoriteit van de lidstaat op het grondgebied waarvan de onderdaan van een derde land zich bevindt op het moment waarop verlenging wordt aangevraagd.
5. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de autoriteiten die bevoegd zijn tot het verlengen van visa.
6. Visumverlenging gebeurt in de vorm van een visumsticker.
7. Informatie over een verlengd visum wordt in het VIS ingevoerd overeenkomstig de bepalingen van artikel 14 van de VIS-verordening.