Art. 35 Verordening (EG) nr. 810/2009, Aan de buitengrenzen aangevraagde visa

Verordening (EG) nr. 810/2009

1. In uitzonderlijke gevallen kan een visum aan een grensdoorlaatpost worden afgegeven indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a) de aanvrager voldoet aan de voorwaarden als omschreven in artikel 5, lid 1, onder a), c), d), en e), van de Schengengrenscode;

b) de aanvrager is niet in de gelegenheid geweest om op voorhand een visum aan te vragen, en verstrekt, op verzoek, bewijsstukken ter staving van de onvoorziene en dringende redenen voor zijn binnenkomst, en

c) de terugkeer van de aanvrager naar zijn land van herkomst of verblijf, of zijn doorreis door andere landen dan lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen, wordt zeker geacht.

2. Indien een visum aan een buitengrens wordt aangevraagd, kan de eis dat de aanvrager in het bezit is van een medische reisverzekering komen te vervallen indien deze reisverzekering niet verkrijgbaar is aan de grensdoorlaatpost, of vanwege humanitaire redenen.

3. Een aan de buitengrens afgegeven visum is een eenvormig visum dat de houder het recht geeft op een verblijf van ten hoogste vijftien dagen, naargelang het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf. Voor een doorreis komt de duur van het toegestane verblijf overeen met de tijd die voor de doorreis is vereist.

4. Indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 5, lid 1, onder a), c), d), en e), van de Schengengrenscode, kunnen de voor afgifte aan de grens bevoegde autoriteiten overeenkomstig artikel 25, lid 1, onder a), van deze verordening, een visum met territoriaal beperkte geldigheid afgeven voor het grondgebied van de lidstaat van afgifte.

5. Aan een onderdaan van een derde land die behoort tot een categorie personen voor wie voorafgaande raadpleging dient plaats te vinden overeenkomstig artikel 22, wordt aan de buitengrens in beginsel geen visum afgegeven.

In bijzondere gevallen kan aan de buitengrens aan dergelijke personen overeenkomstig artikel 25, lid 1, onder a), echter een visum met territoriaal beperkte geldigheid voor het grondgebied van de lidstaat van afgifte worden afgegeven.

6. Behalve op de in artikel 32, lid 1, genoemde gronden voor visumweigering wordt een visum aan de grensdoorlaatpost geweigerd indien niet aan de voorwaarden van lid 1, onder b), van dit artikel is voldaan.

7. De bepalingen met betrekking tot motivering en kennisgeving van afwijzingen en het recht van beroep als omschreven in artikel 32, lid 3, en bijlage VI, zijn van toepassing.

Uitspraken die dit artikel aanhalen