Art. 8 Verordening (EG) nr. 889/2008, Herkomst van biologisch gehouden dieren
1. Bij de keuze van de rassen of stammen moet rekening worden gehouden met het vermogen van de dieren om zich aan de plaatselijke omstandigheden aan te passen, met hun levenskracht en met hun resistentie tegen ziekten. Voorts moeten rassen of stammen van dieren worden geselecteerd met het oog op de preventie van specifieke ziekten of gezondheidsproblemen, zoals stresssyndroom bij varkens, PSE-syndroom („pale, soft, exudative”), acute dood, spontane abortus en moeilijke geboorten die keizersneden nodig maken, die in verband worden gebracht met bepaalde in de intensieve dierhouderij gebruikte rassen of stammen. De voorkeur moet worden gegeven aan inheemse rassen en stammen.
2. Met betrekking tot bijen moet de voorkeur uitgaan naar de Apis mellifera en de plaatselijke ecotypes daarvan.