Art. 10 Verordening (EG) nr. 889/2008, Huisvestingsvoorschriften
1. De isolatie, de verwarming en de ventilatie van het gebouw moeten ervoor zorgen dat de luchtcirculatie, het stofgehalte, de temperatuur, de relatieve luchtvochtigheid en de gasconcentratie beperkt blijven tot een niveau dat voor de dieren niet schadelijk is. Er moet ruimschoots natuurlijke ventilatie en daglicht in het gebouw kunnen komen.
2. Huisvesting voor dieren is niet verplicht in gebieden met passende klimatologische omstandigheden waarin dieren buiten kunnen worden gehouden.
3. De veebezetting in de gebouwen moet zorgen voor het comfort, het welzijn en de soortspecifieke behoeften van de dieren, die met name afhankelijk zijn van de soort, het ras en de leeftijd van de dieren. De veebezetting moet tevens overeenstemmen met de ethologische behoeften van de dieren, die met name afhangen van de groepsgrootte en het geslacht van de dieren. De veebezetting is erop gericht het welzijn van de dieren te waarborgen door te zorgen voor voldoende ruimte om op natuurlijke wijze te staan, gemakkelijk te gaan liggen, zich om te draaien, zich te verzorgen, alle natuurlijke houdingen aan te nemen en alle natuurlijke bewegingen uit te voeren zoals zich uitrekken en met de vleugels klapperen.
4. De minimumoppervlakte van de binnen- en de buitenruimten, alsmede de andere kenmerken van de huisvesting voor de verschillende soorten en categorieën dieren, zijn vastgesteld in bijlage III.