Art. 3 Verordening (EG) nr. 889/2008, Beheer en bemesting van de grond
1. Wanneer de toepassing van artikel 12, lid 1, onder a), b) en c), van Verordening (EG) nr. 834/2007 niet volstaat om aan de nutritionele behoeften van de planten te voldoen, mag in de biologische productie slechts gebruik worden gemaakt van een strikt noodzakelijke hoeveelheid van de in bijlage I bij de onderhavige verordening opgenomen meststoffen en bodemverbeteringsmiddelen. De marktdeelnemers houden bewijsstukken bij waarin de noodzaak van het gebruik van dergelijke producten wordt aangetoond.
2. De op een bedrijf gebruikte totale hoeveelheid dierlijke mest als omschreven in Richtlijn 91/676/EEG van de Raad inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen (8) mag niet groter zijn dan 170 kg stikstof per jaar per hectare landbouwgrond. Dit maximum geldt enkel voor het gebruik van stalmest, gedroogde stalmest, gedehydrateerde kippenmest, gecomposteerde dierlijke mest, met inbegrip van kippenmest, gecomposteerde stalmest en vloeibare dierlijke mest.
3. Biologische landbouwbedrijven mogen met het oog op het uitrijden van mestoverschotten van de biologische productie samenwerkingsregelingen treffen met andere bedrijven en ondernemingen die de voorschriften inzake de biologische productie in acht nemen. Het in lid 2 vastgestelde maximum wordt berekend op basis van alle bij een dergelijke samenwerking betrokken biologischeproductie-eenheden.
4. Om de algemene bodemgesteldheid of de beschikbaarheid van nutriënten in de bodem of in de gewassen te verbeteren, mag gebruik worden gemaakt van passende preparaten op basis van micro-organismen.
5. Voor het versnellen van de compostering mogen passende preparaten op basis van planten of passende preparaten op basis van micro-organismen worden gebruikt.