Art. 11 Verordening (EG) nr. 889/2008, Specifieke huisvestingsvoorschriften en dierhouderijpraktijken voor zoogdieren

Verordening (EG) nr. 889/2008

1. De vloeren van de stallen moeten vlak zijn maar niet glad. Tenminste de helft van het in bijlage III vastgestelde totale vloeroppervlak van de binnenruimte moet dicht zijn, dat wil zeggen, niet voorzien zijn van een latten- of roosterconstructie.

2. De stallen moeten voorzien zijn van een comfortabele, schone en droge lig-/rustruimte met een toereikende oppervlakte en met een dichte bodem zonder lattenconstructie. In de rustruimte moet worden gezorgd voor ruim voldoende en droog strooisel. Het strooisel moet bestaan uit stro of andere geschikte natuurlijke materialen. Het strooisel mag worden verbeterd en verrijkt met in bijlage I opgenomen minerale producten.

3. Onverminderd artikel 3, lid 3, van Richtlijn 91/629/EEG van de Raad (10) is het verboden kalveren ouder dan een week onder te brengen in individuele kisten.

4. Onverminderd artikel 3, lid 8, van Richtlijn 91/630/EEG van de Raad (11) moeten zeugen in groepen worden gehouden, behalve in de laatste fase van de dracht en tijdens de zoogtijd.

5. Biggen mogen niet worden gehouden in vlakke batterijen of in biggenkooien.

6. Varkens moeten in de bewegingsruimten kunnen mesten en wroeten. Voor het wroeten mogen verschillende onderlagen worden gebruikt.

Vorige artikelen

Volgende artikelen