Art. 14 Verordening (EG) nr. 889/2008, Toegang tot openluchtruimten

Verordening (EG) nr. 889/2008

1. De openluchtruimten mogen gedeeltelijk zijn afgedekt.

2. Overeenkomstig artikel 14, lid 1, onder b) iii), van Verordening (EG) nr. 834/2007 moeten herbivoren, wanneer de omstandigheden dit toelaten, toegang hebben tot weidegrond om te grazen.

3. Wanneer herbivoren tijdens de graastijd toegang hebben tot weidegrond en in winterstalling bewegingsvrijheid genieten, kan worden afgezien van de verplichting om gedurende de wintermaanden openluchtruimten te verschaffen.

4. Onverminderd lid 2 moeten stieren van meer dan één jaar toegang hebben tot weidegrond of tot een openluchtruimte.

5. Pluimvee moet gedurende ten minste één derde van zijn leven toegang hebben tot een openluchtruimte.

6. De openluchtruimten voor pluimvee moeten voor het grootste deel begroeid zijn, schuilmogelijkheden bieden en de dieren gemakkelijk toegang geven tot voldoende drink- en voederbakken.

7. Pluimvee dat binnen wordt gehouden als gevolg van beperkingen of verplichtingen die op grond van de Gemeenschapsregelgeving zijn opgelegd, moet permanent toegang hebben tot voldoende hoeveelheden ruwvoer en geschikt materiaal om aan zijn ethologische behoeften te voldoen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen