Art. 20 Richtlijn 2008/57/EG, Indienststelling van bestaande subsystemen na vernieuwing of verbetering
1. In geval van vernieuwing of verbetering zendt de aanbestedende dienst of de fabrikant bij de betrokken lidstaat een dossier in waarin het project beschreven wordt. De lidstaat bestudeert dit dossier en besluit, mede in het licht van de uitvoeringsstrategie in de desbetreffende TSI, of de omvang van de werkzaamheden het nodig maakt dat er opnieuw toestemming voor indienststelling in de zin van deze richtlijn wordt gegeven.
Een dergelijke hernieuwde toestemming voor indienststelling is altijd vereist wanneer de voorgenomen werkzaamheden negatieve gevolgen kunnen hebben voor de algehele veiligheid van het betrokken subsysteem. Als een nieuwe toestemming nodig is, besluit de lidstaat in hoeverre de TSI’s op het project moeten worden toegepast.
De lidstaat neemt een besluit uiterlijk vier maanden na de indiening van het volledige dossier door de aanvrager
2. Wanneer een nieuwe toestemming is vereist en de TSI niet volledig wordt toegepast, verstrekken de lidstaten de onderstaande informatie aan de Commissie:
— de reden waarom de TSI niet volledig wordt toegepast;
— de technische kenmerken die van toepassing zijn in plaats van de TSI;
— de organismen die, wat deze kenmerken betreft, bevoegd zijn voor de toepassing van de in artikel 18 bedoelde verificatieprocedure.
3. De Commissie deelt de in lid 2 bedoelde informatie mee aan het Bureau, dat ze publiceert.