Art. 17 Richtlijn 2008/57/EG, Conformiteit met TSI’s en nationale voorschriften

Richtlijn 2008/57/EG

1. De lidstaten beschouwen de van het spoorwegsysteem deel uitmakende subsystemen van structurele aard die zijn voorzien van de EG-keuringsverklaring als interoperabel en conform de desbetreffende essentiële eisen.

2. De verificatie van de interoperabiliteit, met inachtneming van de essentiële eisen, van een subsysteem van structurele aard dat deel uitmaakt van het spoorwegsysteem, geschiedt aan de hand van de TSI’s, indien deze bestaan.

3. De lidstaten stellen voor elk subsysteem een lijst van de technische voorschriften op die gebruikt worden voor de uitvoering van de essentiële eisen, en zij zenden deze lijst aan de Commissie toe wanneer:

— er geen desbetreffende TSI’s bestaan; of

— er op grond van artikel 9 kennis is gegeven van een afwijking; of

— het in specifieke gevallen nodig is technische regels toe te passen die niet in de desbetreffende TSI zijn opgenomen.

Van deze lijst wordt kennis gegeven:

— telkens wanneer de lijst van technische voorschriften waarvan overeenkomstig artikel 16, lid 3, van Richtlijn 96/48/EG en artikel 16, lid 3, van Richtlijn 2001/16/EG uiterlijk op 30 april 2005 kennis moest worden gegeven, wordt gewijzigd; of

— bij de aanmelding van de afwijking; of

— na de publicatie van de desbetreffende TSI.

Bij deze gelegenheid wijzen de lidstaten tevens de instanties aan die, in het geval van technische voorschriften, worden belast met de uitvoering van de keuringsprocedure als bedoeld in artikel 18.

De Commissie deelt deze informatie mee aan het Bureau, dat ze publiceert.

De lidstaten stellen de volledige tekst van de aangemelde voorschriften op verzoek van de Commissie beschikbaar. Om te voorkomen dat verdere belemmeringen worden opgeworpen en met het oog op de bevordering van de classificatie van nationale voorschriften overeenkomstig artikel 27, ziet de Commissie toe op de invoering van nieuwe voorschriften door de lidstaten. Indien de Commissie van oordeel is dat nieuwe voorschriften neerkomen op willekeurige discriminatie of een verkapte beperking van spoorwegvervoersactiviteiten tussen de lidstaten, wordt een aan de betrokken lidstaat gericht besluit aangenomen volgens de procedure van artikel 29, lid 3.

Lidstaten kunnen ervoor kiezen om voorschriften en beperkingen van strikt plaatselijke aard niet overeenkomstig dit lid aan te melden. In dat geval vermelden de lidstaten dergelijke voorschriften en beperkingen in de infrastructuurregisters bedoeld in artikel 35.

De lidstaten zien erop toe dat bindende technische voorschriften worden gepubliceerd en beschikbaar komen voor alle infrastructuurbeheerders, spoorwegondernemingen en aanvragers van vergunningen voor indienststelling, in een heldere, voor alle betrokkenen begrijpelijke taal.