Art. 25 Richtlijn 2008/57/EG, Aanvullende vergunningen voor indienststelling van niet-TSI-conforme voertuigen
1. Voor voertuigen waarvoor in een lidstaat een vergunning tot indienststelling is afgegeven overeenkomstig artikel 21, lid 12, of artikel 24, kunnen andere lidstaten overeenkomstig dit artikel besluiten of aanvullende vergunningen voor indienststelling op hun grondgebied zijn vereist.
2. De aanvrager legt de nationale veiligheidsinstantie een technisch dossier voor over het betreffende voertuig of het voertuigtype, met gegevens over het beoogde gebruik ervan op het net. Het dossier bevat:
a) bewijsstukken dat in een andere lidstaat een vergunning voor indienststelling van het voertuig is afgegeven, samen met documenten over de gevolgde procedure om aan te tonen dat het voertuig voldoet aan de vigerende veiligheidsvoorschriften, inclusief, waar van toepassing, informatie over afwijkingen die conform artikel 9 worden toegepast of zijn verleend;
b) de technische gegevens, het onderhoudsprogramma en de operationele eigenschappen. In geval van voertuigen die zijn uitgerust met gegevensrecorders omvat dit tevens informatie over de procedure voor het verzamelen van gegevens zodat deze gegevens kunnen worden gelezen en geëvalueerd, zoals bepaald in artikel 20, lid 2, onder c), van Richtlijn 2004/49/EG;
c) informatie over de staat van dienst van het voertuig en het onderhoud en, waar van toepassing, de technische wijzigingen die na de vergunningverlening zijn aangebracht;
d) bewijsmateriaal inzake technische en operationele kenmerken waaruit blijkt dat het voertuig verenigbaar is met de infrastructuur en de vaste installaties met inbegrip van klimatologische omstandigheden, energievoorziening, besturing en seingeving, spoorbreedte en infrastructuurprofielen, maximale asbelasting en andere netwerkeisen.
3. De in lid 2, onder a) en b), bedoelde informatie mag niet in twijfel worden getrokken door de nationale veiligheidsinstantie, behalve wanneer deze, onverminderd artikel 16, het bestaan van een belangrijk veiligheidsrisico kan aantonen. Na de aanneming van het in artikel 27 bedoelde referentiedocument, kan de nationale veiligheidsinstantie zich in dit verband niet meer beroepen op een in dat document opgenomen voorschrift van categorie A.
4. De nationale veiligheidsinstantie kan om aanvullende informatie verzoeken, om de uitvoering van risicoanalysen overeenkomstig artikel 6, lid 3, onder a), van Richtlijn 2004/49/EG of om tests op het netwerk teneinde na te gaan of de in lid 2, onder c) en d), van dit artikel bedoelde informatie voldoet aan de vigerende nationale voorschriften zoals die overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn 2004/49/EG aan de Commissie zijn meegedeeld. Na de aanneming van het in artikel 27 van deze richtlijn bedoelde referentiedocument, mag de nationale veiligheidsinstantie deze controle echter alleen uitvoeren op basis van de nationale voorschriften van categorie B of C die in dat document zijn opgenomen.
De nationale veiligheidsinstantie legt, na raadpleging van de aanvrager, de reikwijdte en de inhoud van de aanvullende informatie, de risicoanalysen of de vereiste tests vast. De infrastructuurbeheerder doet, in overleg met de aanvrager, al het mogelijke om ervoor te zorgen dat eventuele tests kunnen plaatsvinden binnen drie maanden na het verzoek van de aanvrager. Waar nodig neemt de nationale veiligheidsinstantie de nodige maatregelen om te waarborgen dat de tests plaatsvinden.
5. Alle aanvragen voor een vergunning voor indienststelling die overeenkomstig dit artikel zijn ingediend, zijn het voorwerp van een besluit door de nationale veiligheidsinstantie dat zo spoedig mogelijk moet worden genomen en niet later dan:
a) vier maanden na de overlegging van het in lid 2 bedoelde technische dossier;
b) waar van toepassing, twee maanden na het verstrekken van de aanvullende informatie of risicoanalysen waar de nationale veiligheidsinstantie overeenkomstig lid 4 om heeft verzocht;
c) waar van toepassing twee maanden na het verstrekken van de testresultaten waar de nationale veiligheidsinstantie overeenkomstig artikel 4 om heeft verzocht.