Art. 6 Verordening (EG) nr. 352/2009, Onafhankelijke beoordeling

Verordening (EG) nr. 352/2009

1. Een instantie die voldoet aan de in bijlage II vastgestelde criteria voert een onafhankelijke beoordeling uit van de correcte toepassing van het in bijlage I omschreven risicobeheerproces en van de resultaten daarvan. Wanneer in de communautaire of nationale wetgeving nog geen beoordelingsinstantie is aangewezen, stelt de initiatiefnemer zelf een beoordelingsinstantie aan, hetzij een andere organisatie, hetzij een interne afdeling.

2. Overlappingen tussen de werkzaamheden in het kader van de bij Richtlijn 2004/49/EG vereiste conformiteitsbeoordeling van het veiligheidsbeheersysteem, de op grond van Richtlijn 2008/57/EG door een aangemelde instantie uitgevoerde conformiteitsbeoordeling en overeenkomstig deze verordening door een beoordelingsinstantie uitgevoerde onafhankelijke veiligheidsbeoordelingen moeten worden vermeden.

3. De veiligheidsinstantie kan als beoordelingsinstantie optreden wanneer de belangrijke wijzigingen betrekking hebben op de volgende gevallen:

a) een voertuig heeft een vergunning voor indienststelling nodig, zoals bedoeld in artikel 22, lid 2, en artikel 24, lid 2, van Richtlijn 2008/57/EG;

b) een voertuig heeft een aanvullende vergunning voor indienststelling nodig, zoals bedoeld in artikel 23, lid 5, en artikel 25, lid 4, van Richtlijn 2008/57/EG;

c) het veiligheidscertificaat moet worden bijgewerkt ten gevolge van een wijziging van de soort of omvang van de activiteit, zoals bedoeld in artikel 10, lid 5, van Richtlijn 2004/49/EG;

d) het veiligheidscertificaat moet worden herzien ten gevolge van ingrijpende wijzigingen van het regelgevingskader voor veiligheid, zoals bedoeld in artikel 10, lid 5, van Richtlijn 2004/49/EG;

e) de veiligheidsvergunning moet worden bijgewerkt ten gevolge van een ingrijpende verandering van de infrastructuur, het seinsysteem of de energievoorziening, of van de beginselen van exploitatie en onderhoud, zoals bedoeld in artikel 11, lid 2, van Richtlijn 2004/49/EG;

f) de veiligheidsvergunning moet worden herzien ten gevolge van ingrijpende wijzigingen van het regelgevingskader voor veiligheid, zoals bedoeld in artikel 11, lid 2, van Richtlijn 2004/49/EG.

4. Wanneer de belangrijke wijzigingen betrekking hebben op een subsysteem van structurele aard waarvoor een vergunning voor indienststelling nodig is, zoals bedoeld in artikel 15, lid 1, of artikel 20 van Richtlijn 2008/57/EG, kan de veiligheidsinstantie als beoordelingsinstantie optreden, tenzij de initiatiefnemer deze taak reeds heeft toegewezen aan een aangemelde instantie overeenkomstig artikel 18, lid 2, van die richtlijn.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen