Art. 18 Richtlijn 2008/57/EG, Procedure voor de opstelling van de EG-keuringsverklaring

Richtlijn 2008/57/EG

1. Voor de opstelling van de EG-keuringsverklaring nodigt de aanvrager de keuringsinstantie uit die hij daarvoor heeft uitgekozen om te voldoen aan de keuringsprocedure zoals aangegeven in bijlage VI. De aanvrager kan de aanbestedende dienst, de fabrikant of hun gemachtigde in de Gemeenschap zijn.

2. De taak van de met de EG-keuring van een subsysteem belaste aangemelde instantie begint in het ontwerpstadium en bestrijkt de gehele constructieperiode tot het stadium van de goedkeuring vóór de indienststelling van het subsysteem. Tot die taak behoort ook de verificatie van de interfaces van het betrokken subsysteem met het systeem waarvan het deel uitmaakt, gebaseerd op de informatie in de desbetreffende TSI en in de registers bedoeld in de artikelen 34 en 35.

3. De aangemelde instantie is verantwoordelijk voor de samenstelling van het technische dossier waarvan de EG-keuringsverklaring vergezeld moet gaan. Dit technische dossier moet alle noodzakelijke documenten betreffende de eigenschappen van het subsysteem bevatten, alsmede in voorkomend geval alle stukken waaruit de conformiteit van de interoperabiliteitsonderdelen blijkt. Ook moet het alle gegevens inzake de gebruiksvoorwaarden en -beperkingen, alsmede inzake de voorschriften voor onderhoud, permanent of periodiek toezicht en gebruik bevatten.

4. De aangemelde instantie kan tussentijdse keuringsverklaringen afgeven voor bepaalde stadia van de keuringsprocedure of bepaalde delen van het subsysteem. In dat geval is de procedure van bijlage VI van toepassing.

5. Als het volgens de betrokken TSI’s toegestaan is, mag de aangemelde instantie conformiteitsverklaringen afgeven die betrekking hebben op een serie subsystemen of bepaalde onderdelen van deze subsystemen.