Art. 4
1. Het is verboden bewust en opzettelijk deel te nemen aan activiteiten die tot doel of tot gevolg hebben direct of indirect de bepalingen van artikel 2 te omzeilen of de in artikel 3 bedoelde transacties te bevorderen.
2. Alle informatie waaruit blijkt dat de bepalingen van deze verordening worden of werden omzeild dient ter kennis te worden gebracht van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en, rechtstreeks of via deze bevoegde autoriteiten, van de Commissie te worden gebracht.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Den Haag 10 maart 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:642
- HR 10 januari 2023, ECLI:NL:HR:2023:2
- HR 1 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1566
- Hof Den Haag 8 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:586
- Rb. Rotterdam 22 juli 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:5254
- Conclusie A-G Paridaens 15 november 2022, ECLI:NL:PHR:2022:1036
- HR 1 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1565
- Hof Den Haag 17 april 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:609
- Hof Den Haag 22 maart 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:998
- Rb. Rotterdam 19 maart 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:4437
- Rb. Rotterdam 14 februari 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:1312
- Rb. Rotterdam 14 februari 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:1311
- Rb. Rotterdam 2 juli 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:5342
- Rb. Rotterdam 27 maart 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:2505
- Rb. Rotterdam 27 maart 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:2504
- Rb. Rotterdam 27 maart 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:2482
- Rb. Rotterdam 27 maart 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:2481
- Rb. Rotterdam 28 juli 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:6496
- Conclusie A-G van Wees 24 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:288
- Conclusie A-G van Wees 11 juni 2024, ECLI:NL:PHR:2024:628