Rb. Rotterdam 27 maart 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:2504
De verdachte heeft 200 euro overgemaakt ten behoeve van zijn minderjarige zoon die in het strijdgebied van Syrië was en zich daar had aangesloten bij IS. Voorwaardelijk opzet. De verdachte heeft de kans aanvaard dat het geld direct dan wel indirect ten gunste van IS zou kunnen komen en dat hij daarmee aldus geldelijke steun verleende aan de Jihadstrijd in Syrië. De rechtbank ziet in de geringe hoogte van het bedrag, het feit dat de verdachte slechts eenmaal geld heeft overgemaakt en het ontbreken van ideologische motieven bij de verdachte aanleiding een lagere voorwaardelijke straf op te leggen dan door de officier van justitie is geëist. De rechtbank veroordeelt de verdachte voor financiering van terrorisme tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand met een proeftijd van twee jaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl