HR 10 januari 2023, ECLI:NL:HR:2023:2
Overtreding van voorschrift gesteld krachtens art. 2 Sanctiewet 1977, opzettelijk begaan, door overmaken van geldbedrag dat op indirecte wijze is terechtgekomen bij terroristische organisatie(s) in Syrië. Kleurloos opzet. Moet opzet van verdachte erop zijn gericht dat geld terecht zou komen bij terroristische organisatie(s)? Opvatting dat het opzet van verdachte (ook) moet zijn gericht op het niet naleven van de in de bewezenverklaring bedoelde wettelijke regelingen, vindt geen steun in het recht (vgl. HR:1952:1 en HR:2007:AZ8783). ‘s Hofs oordeel dat bij tll. als deze niet is vereist dat het opzet van verdachte erop is gericht dat het geld op indirecte wijze bij (een) terroristische organisatie(s) zou terechtkomen, getuigt van onjuiste rechtsopvatting. Uit ’s hofs bewijsvoering kan ook niet z.m. volgen dat het opzet van verdachte daarop was gericht. Bewezenverklaring is daarom in zoverre ontoereikend gemotiveerd. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl