HR 1 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1566

Financiering van terrorisme en overtredingen van voorschriften gesteld krachtens art. 2 Sanctiewet door geld over te maken naar tussenpersonen ten behoeve van broers die strijders waren van de gewapende Jihadstrijd. 1. Bewijsklacht. Volgt in bewijsoverweging genoemde omstandigheid dat “personen gelieerd aan IS” geld aan in bewezenverklaring genoemde overboekingen overhouden uit b.m.? 2. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over ontbreken van opzet op ter beschikking stellen van geldbedragen aan IS. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2003:AF7985 m.b.t. motiveringsvereisten voor redengevende f&o in bewijsoverweging. Hof heeft redengevend geacht voor bewezenverklaring dat “personen gelieerd aan IS” geld aan in bewezenverklaring genoemde overboekingen overhouden. Dit gegeven is echter niet in b.m. vermeld. Hof heeft ook niet met voldoende mate van nauwkeurigheid wettig b.m. aangegeven waaraan het die omstandigheid heeft ontleend. Ad 2. Wat raadsvrouw naar voren heeft gebracht over het ontbreken van opzet op – onder meer –ter beschikking stellen van geldbedragen aan IS (Islamic State in Iraq and the Levant), kan niet anders worden opgevat dan als standpunt dat duidelijk, door argumenten ondersteund en voorzien van ondubbelzinnige conclusie aan hof is voorgelegd. Hof is in zijn uitspraak van dit uos afgeweken maar heeft niet i.h.b. de redenen opgegeven die daartoe hebben geleid. Volgt gedeeltelijke vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 20/04211.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken