Rb. Rotterdam 27 maart 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:2481

Terrorisme financiering. De verdachte heeft geldbedragen overgemaakt ten behoeve van zijn twee broers, die aanhangers waren van IS en zich in IS-gebied in Syrië bevonden. Voorwaardelijk opzet. De verdachte heeft de kans aanvaard dat het geld direct dan wel indirect ten gunste van IS zou kunnen komen en dat hij daarmee aldus geldelijke steun verleende aan de gewapende Jihadstrijd in Syrië. De rechtbank komt echter tot een lagere straf dan door de officier van justitie geëist. Aannemelijk is dat de verdachte dit deed met het doel om zijn broers te laten vluchten uit IS-gebied en dus niet uit ideologische motieven. En verder dat de geldbedragen daadwerkelijk zijn aangewend voor de vlucht(pogingen), terwijl het slechts enkele betalingen van relatief geringe bedragen betreft. Veroordeling voor terrorismefinanciering, het overmaken van geld naar een van de broers, die gedetineerd zat in de PI Vught, terwijl die op de nationale sanctielijst terrorisme stond, en vuurwapenbezit tot een gevangenisstraf voor de duur van 191 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en een taakstraf voor de duur van 240 uren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen