Art. 12 Verordening (EG) nr. 2792/1999, Sociaal-economische maatregelen
Verordening (EG) nr. 2792/1999
1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "visser" verstaan elke persoon die zijn hoofdberoep uitoefent aan boord van een in bedrijf zijnd zeevissersvaartuig.
2. De lidstaten kunnen ten behoeve van vissers maatregelen van sociaal-economische aard nemen in samenhang met de herstructurering van de communautaire visserij sector als bedoeld in artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 3760/92.
3. De financiële bijstand uit hoofde van het FIOV kan slechts worden verleend voor de volgende maatregelen:
a) cofinanciering van nationale steunregelingen voor vervroegde uittreding van vissers, voorzover de volgende voorwaarden zijn vervuld:
i) op het tijdstip van hun vervroegde uittreding zijn de begunstigden van de maatregel niet meer dan tien jaar verwijderd van de in de betrokken lidstaat geldende pensioengerechtigde leeftijd, dan wel ten minste 55 jaar oud;
ii) de begunstigden leveren het bewijs dat zij ten minste tien jaar het beroep van visser hebben uitgeoefend.
De bijdragen aan het normale pensioenstelsel voor vissers tijdens de periode van vervroegde uittreding komen echter niet in aanmerking voor financiële bijstand door het FIOV.
Het aantal begunstigden mag in elke lidstaat over de gehele programmeringsperiode niet groter zijn dan het aantal arbeidsplaatsen dat aan boord van vaartuigen is geschrapt als gevolg van de definitieve beëindiging van de visserijactiviteiten in de zin van artikel 7;
b) regelingen waarbij aan vissers die kunnen aantonen dat zij het beroep sinds ten minste twaalf maanden uitoefenen, een individuele forfaitaire premie wordt toegekend, met dien verstande dat de subsidiabele kosten per begunstigde maximaal 10000 EUR mogen bedragen en dat het vaartuig waarop de begunstigden van de maatregelen werkzaam waren, uit de vaart moet zijn genomen als gevolg van de definitieve beëindiging van de visserijactiviteiten in de zin van artikel 7;
c) regelingen waarbij aan vissers die kunnen aantonen dat zij het beroep sinds ten minste vijf jaar uitoefenen, een niet-hernieuwbare individuele forfaitaire premie wordt toegekend, met het oog op herscholing of diversificatie van hun activiteiten naar gebieden buiten de zeevisserij, in het kader van een individueel of collectief sociaal plan, met dien verstande dat de subsidiabele kosten per begunstigde maximaal 50000 EUR mogen bedragen; de beheersinstantie bepaalt het individuele bedrag rekening houdend met de omvang van het herscholings- en diversificatieproject en de door de begunstigde geleverde financiële inspanning;
d) regelingen waarbij aan vissers jonger dan 35 jaar, die kunnen aantonen dat zij het beroep sinds ten minste vijf jaar uitoefenen of dat zij een gelijkwaardige beroepsopleiding hebben ontvangen en die voor de eerste keer een vissersvaartuig in gedeeltelijke of volledige eigendom verwerven, een individuele premie wordt toegekend mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
i) het vissersvaartuig moet een lengte over alles hebben van tussen 7 en 24 m; op het moment van de verwerving van de eigendom moet het schip tussen tien en 20 jaar oud zijn, operationeel zijn en opgenomen zijn in het communautair gegevensbestand van vissersvaartuigen;
ii) de overdracht van de eigendom vindt niet plaats in de tweede graad binnen dezelfde familie.
De beheersinstantie bepaalt het bedrag van iedere individuele premie met name op basis van de omvang en de leeftijd van het schip en van de financiële voorwaarden voor de verwerving (de kosten van de verwerving van de eigendom, omvang en voorwaarden van de banklening, indien van toepassing de door een derde partij gegeven garantie, en/of andere financieringsfaciliteiten).
De beheersinstantie stelt ook de andere voorwaarden en criteria vast onder welke de verwerving plaatsvindt.
In geen geval mag de premie hoger zijn dan 10 % van de kosten van de verwerving van de eigendom, of een bedrag van 50000 EUR overschrijden.
4. De beheersinstantie treft, met name via passende controlemechanismen, de nodige voorzieningen om ervoor te zorgen:
a) dat de begunstigden van de in lid 3, onder a), bedoelde maatregel het vissersberoep definitief opgeven;
b) dat geen enkele visser voor meer dan een van de in lid 3 bedoelde maatregelen in aanmerking kan komen;
c) dat de in lid 3, onder b), bedoelde premie pro rata temporis door de begunstigde wordt terugbetaald indien hij binnen één jaar na de uitkering van de premie het vissersberoep opnieuw opneemt;
d) dat de in lid 3, onder c), bedoelde premie pro rata temporis door de begunstigde wordt terugbetaald indien hij binnen vijf jaar na de uitkering van de premie het vissersberoep opnieuw opneemt;
e) dat de begunstigden van de in lid 3, onder c), bedoelde maatregel daadwerkelijk een nieuwe activiteit uitoefenen;
f) dat de in lid 3, onder d), genoemde premie pro rata temporis wordt terugbetaald wanneer de door de begunstigde verworven eigendom wordt overgedragen of wanneer het vaartuig binnen vijf jaar na betaling van de premie overeenkomstig artikel 7 definitief uit de vaart wordt genomen.
5. Alle regelingen, berekeningsmethoden, criteria en andere regels die door de beheersinstantie voor de uitvoering van dit artikel worden vastgesteld, moeten worden beschreven in de in artikel 18, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1260/1999 genoemde programmacomplementen.
6. De lidstaten kunnen nationaal gefinancierde begeleidende sociale maatregelen invoeren voor vissers, om de tijdelijke stopzetting van visserijactiviteiten in het kader van plannen voor de bescherming van visbestanden te vergemakkelijken.