Art. 9 Verordening (EG) nr. 2792/1999, Overheidssteun voor vernieuwing van de vloot en modernisering van vissersvaartuigen
Verordening (EG) nr. 2792/1999
1. Onverminderd de in artikel 3, lid 3, tweede alinea, bepaalde voorwaarden wordt overheidssteun voor vernieuwing en modernisering van de vloot alleen verleend op onderstaande voorwaarden, alsmede de in artikel 6 en in bijlage III vermelde voorwaarden en mits de jaarlijkse doelstellingen van het meerjarig oriëntatieprogramma in totaal worden nageleefd:
a) Wanneer de jaarlijkse doelstellingen voor de betreffende vlootsegmenten worden nageleefd, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat nieuwe, met overheidssteun ingebrachte capaciteit tijdens de programmeringsperiode 2000-2006 gecompenseerd wordt door zonder overheidssteun aan de vloot een capaciteit te onttrekken die in totaal zowel in tonnage als motorvermogen ten minste gelijk is aan de in de betrokken vlootsegmenten ingebrachte nieuwe capaciteit.
b) Tot 31 december 2001 moeten de lidstaten, wanneer de jaarlijkse doelstellingen van de betreffende vlootsegmenten nog niet zijn nageleefd, er tijdens de periode 2000-2001 voor zorgen dat nieuwe, met overheidssteun ingebrachte capaciteit gecompenseerd wordt door zonder overheidssteun aan de vloot een capaciteit te onttrekken die in totaal zowel in tonnage als motorvermogen ten minste 30 % groter is dan de in de betrokken vlootsegmenten ingebrachte nieuwe capaciteit.
De onttrokken capaciteit kan niet worden vervangen door andere capaciteit dan de nieuwe capaciteit die overeenkomstig dit punt met overheidssteun is ingebracht.
c) Voor de uitrusting of modernisering van vaartuigen kan ook overheidssteun worden verleend wanneer het niet gaat om in tonnage of motorvermogen gemeten capaciteit.
De Raad neemt overeenkomstig de procedure van artikel 37 van het Verdrag vóór 31 december 2001 een besluit over eventueel noodzakelijke en vanaf 1 januari 2002 toe te passen aanpassingen in de bepalingen van dit lid.
2. De gevolgen van het verlenen van overheidssteun moeten verantwoord worden in het in artikel 21 bedoelde jaarlijkse uitvoeringsverslag.
3. De indicatoren in de plannen betreffende het verlenen van overheidssteun voor vernieuwing van de vloot en modernisering van de vissersvaartuigen, bedoeld in bijlage I, punt 2, onder d), moeten volgens het bepaalde in dit artikel worden opgesteld.
4. De uitgaven die in aanmerking komen voor de in lid 1 bedoelde overheidssteun mogen niet hoger zijn dan de volgende bedragen:
a) bouw van vissersvaartuigen: tweemaal de in tabel 1 van bijlage IV vermelde tarieven;
b) modernisering van vissersvaartuigen, eventueel met inbegrip van de kosten voor het opnieuw meten van de tonnenmaat overeenkomstig bijlage I bij het Verdrag van 1969(13): de in tabel 1 van bijlage IV vermelde tarieven.