Art. 16 Verordening (EG) nr. 2792/1999, Tijdelijke stillegging van activiteiten en financiële vergoeding voor andere maatregelen
Verordening (EG) nr. 2792/1999
1. De lidstaten kunnen in de hierna vermelde omstandigheden aan vissers en eigenaars van vaartuigen een vergoeding toekennen voor de tijdelijke stillegging van hun activiteiten:
a) in geval van een niet te voorziene gebeurtenis, in het bijzonder als gevolg van biologische oorzaken; de vergoeding wordt toegekend voor ten hoogste twee maanden per jaar of voor zes maanden tijdens de hele periode 2000-2006. De beheersinstantie deelt de Commissie vooraf de wetenschappelijke motivering mee;
b) in geval van niet-vernieuwing of opschorting van een visserijovereenkomst, voor de van deze overeenkomst afhankelijke communautaire vloten; de vergoeding wordt toegekend voor ten hoogste zes maanden; zij kan met zes maanden worden verlengd indien een door de Commissie goedgekeurd omschakelingsplan voor de betrokken vloot wordt uitgevoerd;
c) ingeval een plan voor het herstel van een met uitputting bedreigd bestand wordt uitgevoerd, waartoe door de Commissie of door een of meer lidstaten is besloten. De vergoeding wordt toegekend voor ten hoogste twee jaar en kan met één jaar worden verlengd. De vergoeding kan binnen dezelfde termijnen worden uitgebreid tot de verwerkende industrie, wanneer deze voor haar voorziening afhankelijk is van het bestand waarop het herstelplan betrekking heeft, en de verminderde aanvoer niet met import kan worden gecompenseerd. Voordat met het herstelplan wordt begonnen, deelt de beheersinstantie de Commissie de relevante wetenschappelijke en economische redenen voor dit plan mee. De Commissie vraagt het in artikel 16 van Verordening (EEG) nr. 3760/92 bedoelde comité onverwijld om advies.
2. De lidstaten kunnen aan vissers en aan eigenaars van vaartuigen een financiële compensatie toekennen indien bij een besluit van de Raad technische beperkingen voor bepaalde vistuigen of vangstmethoden worden vastgesteld; deze compensatie, die bestemd is om de kosten voor de technische aanpassing te dekken, kan worden verleend gedurende ten hoogste zes maanden.
3. De financiële bijstand van het FIOV voor de in lid 1 en lid 2 bedoelde maatregelen mag, per lidstaat en voor de gehele periode 2000-2006 niet hoger zijn dan het hoogste van de volgende twee bedragen: 1 miljoen EUR of 4 % van de financiële bijstand van de Gemeenschap die in de betrokken lidstaat aan de sector is toegekend.
De beheersinstantie bepaalt het individuele bedrag van de in de leden 1 en 2 bedoelde vergoedingen en compensaties aan de hand van relevante parameters zoals het werkelijk geleden nadeel, de geleverde omschakelingsinspanningen, de omvang van het herstelplan, de inspanningen voor de technische aanpassing.
4. De ter uitvoering van dit artikel getroffen maatregelen mogen in geen geval worden aangevoerd als een bijdrage tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het meerjarig oriëntatieprogramma bedoeld in artikel 5, noch worden gemotiveerd met een stillegging die elk seizoen plaatsvindt in het kader van het gewone beheer van de visserij.