Art. 10 Verordening (EG) nr. 2792/1999, Gemeenschappelijke bepalingen inzake de vissersvloten
Verordening (EG) nr. 2792/1999
1. Overheidssteun voor vernieuwing van de vloot of modernisering van vaartuigen mag slechts worden verleend wanneer de lidstaat, binnen de voorgeschreven termijnen
a) de in artikel 5 bepaalde informatie heeft verstrekt;
b) zich heeft gevoegd naar Verordening (EEG) nr. 2930/86 van de Raad van 22 september 1986 houdende definities van de kenmerken van vissersvaartuigen(14);
c) de regelingen heeft uitgevoerd waarnaar wordt verwezen in artikel 6, lid 1, en
d) voldoet aan de jaarlijkse doelstellingen, omschreven in het meerjarige oriëntatieprogramma.
2. Indien de in lid 1, onder a) tot en met d), bedoelde verplichtingen niet worden nagekomen, kan de Commissie de capaciteitsdoelstellingen in het meerjarig oriëntatieprogramma in het licht van de informatie waarover zij beschikt, volgens de procedure van artikel 23, lid 2, aanpassen.
3. De volgende bepalingen gelden inzake cumulatie van overheidssteun aan de vloot:
a) binnen vijf jaar na de toekenning van overheidssteun voor de bouw van een vaartuig mag voor dit vaartuig geen moderniseringssteun worden verleend;
b) de premies voor definitieve beëindiging als bedoeld in artikel 7, lid 5, en de premies voor de oprichting van gemengde vennootschappen, als bedoeld in artikel 8, kunnen niet worden gecumuleerd met een andere steun die door de Gemeenschap wordt verleend in het kader van de onderhavige verordening of van de Verordeningen (EEG) nr. 2908/83(15), (EEG) nr. 4028/86(16) en (EG) nr. 2468/98. Deze premies worden verminderd
i) met een deel van het bedrag dat eerder is ontvangen als steun voor modernisering en/of als premie voor een tijdelijk samenwerkingsverband van ondernemingen; dit deel wordt berekend pro rata temporis van de periode van vijf jaar vóór de definitieve beëindiging of de oprichting van de gemengde vennootschap;
ii) met het totaalbedrag dat eerder is ontvangen als steun voor tijdelijke stillegging van de activiteiten zoals bedoeld in artikel 16, lid 1, van deze verordening en artikel 14 van Verordening (EG) nr. 2468/98, en dat in het jaar vóór de definitieve beëindiging of de oprichting van de gemengde vennootschap is betaald.
4. Steun voor de bouw of de modernisering uit hoofde van deze verordening wordt pro rata temporis terugbetaald wanneer het betreffende vaartuig uit het communautair gegevensbestand van vissersvaartuigen wordt geschrapt binnen 10 jaar nadat het gebouwd is of binnen vijf jaar na de moderniseringswerken.