Art. 8 Verordening (EG) nr. 2792/1999, Gemengde vennootschappen

Verordening (EG) nr. 2792/1999

1. De lidstaten kunnen maatregelen nemen om de oprichting van gemengde vennootschappen te bevorderen.

In het kader van deze verordening wordt onder een gemengde vennootschap een handelsonderneming verstaan met een of meer partners die onderdaan zijn van het derde land waar het vaartuig is geregistreerd.

2. Afgezien van de in artikel 7 en in bijlage III voor de toekenning van een premie voor definitieve overbrenging van een vaartuig vastgestelde voorwaarden, zijn ook de volgende voorwaarden van toepassing:

a) oprichting en registratie van een handelsvennootschap overeenkomstig de wetten van het derde land, of participatie in het vennootschappelijk kapitaal van een reeds geregistreerde vennootschap, met als doel een handelsactiviteit in de visserijsector uit te oefenen in de wateren die onder de soevereiniteit of de jurisdictie van het derde land vallen. De participatie van de partner uit de Gemeenschap moet significant zijn en normaal tussen 25 % en 75 % van het aandelenkapitaal bedragen;

b) de eigendom van het definitief overgebrachte vaartuig moet worden overgedragen aan de gemengde vennootschap in het derde land. Gedurende een periode van vijf jaar mag het vaartuig niet worden gebruikt voor andere visserijactiviteiten dan die waarvoor de bevoegde autoriteiten van het derde land toestemming hebben verleend; het mag ook niet door andere reders worden gebruikt.

3. De premies voor de oprichting van gemengde vennootschappen mogen niet hoger zijn dan 80 % van het maximumbedrag van de in artikel 7, lid 5, onder a), bedoelde slooppremie.

Deze premies kunnen niet gecumuleerd worden met de in artikel 7, lid 5, onder a), c) en d), bedoelde premies.

4. De beheersinstantie maakt 80 % van het bedrag van de premie aan de aanvrager over bij de inbreng van het vaartuig in de gemengde vennootschap, nadat de aanvrager het bewijs heeft geleverd dat een bankgarantie is gesteld voor een bedrag dat gelijk is aan 20 % van de premie.

5. De aanvrager dient gedurende vijf opeenvolgende jaren na de datum van de oprichting van de gemengde vennootschap of het nemen van de participatie door de partner uit de Gemeenschap in het vennootschappelijk kapitaal van de vennootschap, elk jaar bij de beheersinstanties een verslag in over de uitvoering van het bedrijfsplan, met inbegrip van gegevens over vangsten en markten voor visserijproducten, inzonderheid in de Gemeenschap aan land gebrachte of ingevoerde producten, met bewijsstukken, alsmede de balans en de vermogensstaat van de vennootschap. De beheersinstantie deelt het verslag ter informatie aan de Commissie mee.

Het saldo van de premie wordt aan de aanvrager overgemaakt nadat de vennootschap twee jaar heeft gewerkt en de eerste twee verslagen zijn ontvangen.

6. Indien alle voorwaarden zijn vervuld wordt de garantie vrijgegeven na de goedkeuring van het vijfde verslag.

7. In voorkomend geval worden de bepalingen ter uitvoering van dit artikel door de Commissie vastgesteld volgens de procedure van artikel 23, lid 2.