Art. 5 Verordening (EG) nr. 2792/1999, Toezicht op de uitvoering van de meerjarige oriëntatieprogramma's

Verordening (EG) nr. 2792/1999

1. Ten behoeve van het toezicht op de vooruitgang die bij de uitvoering van de meerjarige oriëntatieprogramma's wordt geboekt, doen de lidstaten jaarlijks vóór 1 mei een samenvatting van het verloop van hun eigen meerjarig oriëntatieprogramma aan de Commissie toekomen. Uiterlijk drie maanden later legt de Commissie een jaarverslag over de uitvoering van de meerjarige oriëntatieprogramma's in de hele Gemeenschap aan het Europees Parlement en de Raad voor.

2. De lidstaten verstrekken de Commissie de gegevens betreffende de materiële kenmerken van de vissersvaartuigen en het toezicht op de visserij-inspanningen per vlootsegment en per visserijtak, met name wat betreft de ontwikkeling van de capaciteit en de overeenkomstige visserijactiviteiten, overeenkomstig de procedures vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2090/98 van de Commissie van 30 september 1998 betreffende het communautaire gegevensbestand van vissersvaartuigen(11) en Verordening (EG) nr. 2091/98 van de Commissie van 30 september 1998 betreffende de indeling van de communautaire vissersvloot en de visserij-inspanning in segmenten ten behoeve van de meerjarige oriëntatieprogramma's(12).

3. De Commissie kan op eigen initiatief of op verzoek van de betrokken lidstaat, dan wel op grond van in de meerjarige oriëntatieprogramma's opgenomen bepalingen, elk meerjarig oriëntatieprogramma opnieuw onderzoeken en aanpassen, met inachtneming van het in artikel 4, lid 1, bedoelde besluit van de Raad.

4. De Commissie beslist over de in lid 3 bedoelde aanpassingen volgens de procedure van artikel 23, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 3760/92.

5. Voor de uitvoering van dit artikel passen de lidstaten het bepaalde in artikel 24 van Verordening (EEG) nr. 2847/93 toe.